“No pain, No gain ?!”

Een prospectief cohortonderzoek naar de overeenkomst tussen de voorkeur voor en de toepassing van medicinale en niet-medicinale pijnbestrijding tijdens de baring.
Onderzoeksvraag

Sinds de jaren negentig is in Nederland een stijgende trend zichtbaar in verwijzingen tijdens de baring met als indicatie “noodzaak tot sedatie” en “verzoek om medicamenteuze pijnstilling: epiduraal/spinaal”. Gezien deze stijging is er vanuit het werkveld van verloskundige hulpverleners een toenemende behoefte naar een eenduidig beleid omtrent pijnbestrijding tijdens de baring. In 2008 ontwikkelde het CBO (kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg) de richtlijn medicamenteuze pijnbehandeling tijdens de baring. De richtlijn is gebaseerd op internationale onderzoeken die niet per definitie extrapoleerbaar zijn naar het Nederlands verloskundig zorgsysteem van eerste en tweedelijns zorg. Aandacht voor andere vormen dan medicamenteuze pijnbestrijding is dan ook gerechtvaardigd. Daarnaast is onduidelijk wat de verwachtingen (en de wensen) van “de Nederlandse vrouw” met betrekking tot pijnbestrijding precies zijn. Door middel van een prospectief cohortonderzoek is getracht inzicht te krijgen in het gebruik van medicinale en niet-medicinale pijnbestrijding tijdens de baring en of deze overeenkomt met de voorkeur van zwangeren in Nederland voorafgaande aan de baring.

Methode

In dit cohortonderzoek is gebruik gemaakt van data uit de Deliver-studie. De data bestond uit gegevens van cliënten die onder zorg waren in de periode van september 2009 tot en met december 2010 bij 20 geselecteerde eerstelijns verloskundige praktijken in Nederland. In de Deliver-studie werd gebruik gemaakt van drie cliëntenvragenlijsten. Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van 2.095 vrouwen die tijdens de Deliver-studie zowel cliëntenvragenlijst 2 als 3 hadden ingevuld en waaruit de vrouwen die bevielen middels een primaire sectio caesarea waren geëxcludeerd.

Resultaten

In totaal hadden 623 vrouwen voorafgaande aan de baring een voorkeur voor enige vorm van pijnbestrijding. In deze groep werd 216 keer gebruik gemaakt van een vorm van pijnbestrijding met medicijnen ten opzichte van 374 keer in de groep zonder voorkeur vooraf. Het verschil is statistisch significant; (p <0,001; OR 1,484; 95% CI 1,203-1,831). Van een vorm van pijnbestrijding zonder medicatie werd 163 keer gebruik gemaakt in de groep die voorafgaande aan de baring enige voorkeur had ten opzichte van 172 keer in de groep die vooraf geen voorkeur had. Het verschil is statistisch significant (p <0,001; OR 2,479; 95% CI 1,893-3,247).

Conclusie

Vrouwen die voorafgaande aan de baring een voorkeur hadden voor enige vorm van pijnbestrijding, zowel medicinaal als niet-medicinaal, hadden een statistisch significant hogere kans ook daadwerkelijk een vorm te ontvangen dan vrouwen die voorafgaande aan de baring geen voorkeur hadden voor een enige vorm van pijnbestrijding.

Publicaties downloaden
Downloaden kan alleen als u ingelogd bent. Login Registreer
Auteur(s)
Mw. A. Gottenbos
Mw. D. van der Heijden
Mw. J.J. Lageweg
Mw. mr Y. de Waard, LL.M.
Begeleider(s)
Mw. Y. Smit MSc
Mw. G.M.T. Klomp MSc
Samenwerkingspartners
Type
Afstudeeronderzoek
Publicatiedatum
16 dec 2011
Onderzoeksinstelling
Academie Verloskunde Amsterdam Groningen

Reacties

(0 reacties)

Wilt u de reacties lezen en / of zelf reageren op dit onderzoek? Log dan s.v.p. eerst in of meld u aan.