Maternal use of oral contraceptives during early pregnancy and risk of hypospadias in male offspring
Mette Nørgaard, Pia Wogelius, Lars Pedersen, Kenneth J. Rothman, Henrik T. Sørensen
Pediatric Urology74:583-587,2009
Lees het abstract hier op PubMed
Hypospadie treedt op bij 0.3-0.8% van de jongens. Sinds 1970 stijgt de prevalentie van hypospadie (varieert van 0.24-1.7%) en één van de onderliggende oorzaken lijkt het gebruik van orale anticonceptiva door de moeder in de vroege zwangerschap. Dit zou extra oestrogeenblootstelling geven op het ongeboren kind. In Denemarken werden alle gevallen van hypospadie van1996 tot 2006 geïdentificeerd (N=1.683). Per casus werden er aselect 10 mannelijke controle kinderen bij gezocht, gematched op geboortejaar en geboorteziekenhuis (N=15.650). In de diagnosestelling hypospadie vóór 6 maanden postpartum bleken 28 (2,4%) van de cases en 307 (2.7%) van de controles blootgesteld te zijn aan orale anticonceptiva van 30 dagen vóór de conceptie tot het einde van het eerste zwangerschapstrimester.
Dit resulteert in een prevalentieratio van 0.85 [95% BI: 0.57-1.27]. Voor de diagnosestelling hypospadie na 6 maanden postpartum was de prevalentieratio tussen cases en controles 1.12 [95% BI: 0.61-2.06]. Er werd gecorrigeerd voor leeftijd van de moeder, aantal kinderen, roken, voorgeschreven ovulatie stimulerende medicatie, antiepileptica, antidiabetica en diagnose pre-eclampsie. De hypothese dat de stijgende prevalentie van hypospadie als oorzaak het gebruik van orale anticonceptie in de vroege zwangerschap heeft, kon hiermee niet bevestigd worden.



