Outcomes after internal versus external tocodynamometry for monitoring labor
Bakker JJH, Verhoven CJM, Janssen PF et al.
The New England Journal of Medicine 362;4 January 28, 2010
Directe link naar de samenvatting op de website van NEJM
De NVOG richtlijn ‘Inductie van de baring’ uit 2006 beveelt intrauteriene drukmeting (IT) aan bij elke inductie. In Amerikaanse en Canadese richtlijnen wordt IT slechts op indicatie aanbevolen, bijvoorbeeld bij obese zwangeren. Eerdere studies naar het effect van IT op uitkomsten van de baring hadden onvoldoende power. In deze Nederlandse multicenter RCT werden tussen mei 2004 en november 2007 1.456 vrouwen met een indicatie voor inductie of bijstimulatie gerandomiseerd voor IT dan wel ET (externe drukmeting). De primaire uitkomstmaat was kunstverlossing (inclusief sectio). Secundaire uitkomstmaten waren: complicaties van de IT- katheter, medicinale pijnbehandeling, antibiotica tijdens de baring, tijd tussen randomisatie en geboorte kind en slechte neonatale uitkomst (AS na 5 minuten < 7 en/of arteriële pH < 7.05 en/of neonatale opname > 48 uur).
Er is geen significant verschil tussen de IT en de ET groep voor alle uitkomsten. De data worden nog gebruikt voor analyse in een drietal subgroepen: BMI ≤30 vs. BMI >30; primipara versus multipara; inductie versus bijstimulatie. Ook dan is er geen significant verband tussen de wijze van drukmeting en de uitkomsten. Er zijn geen complicaties van de IT-katheter voorgevallen. Eerder beschreven risico’s van gebruik van een IT-katheter zijn beschadiging van de placenta of foetale vaten, infectie en anafylactische reactie. De resultaten van deze studie onderschrijven de aanbeveling om bij inductie en bijstimulatie routinematig intrauteriene drukmeting toe te passen niet. Uit berichten in de media is al gebleken dat plaatselijke protocollen worden aangepast.



