Fertility preservation for healthy women: ethical aspects
Dondorpand WJ, De Wert GMWR (Universiteit van Maastricht)
Human Reproduction,Vol 24, no 8 pp 1779-1785,2009
Lees het artikel hier op site van Human Reproduction
In Nederland is er een debat gaande over het al dan niet opslaan van ovarieel materiaal (weefsel of oöcyten) teneinde fertiliteit mogelijk te maken voor vrouwen die door medische behandeling hun fertiliteit mogelijk verliezen. Beide technieken zijn nog experimenteel; echter sommige centra bieden deze mogelijkheid aan gezonde vrouwen die hun fertiliteit tot na de normale fertiliteitleeftijd wensen uit te stellen of vanwege de angst niet op tijd de juiste partner te vinden. Mannen kunnen voor zeer diverse doeleinden hun zaad invriezen, vrouwen willen hierin gelijkheid. In de discussie vinden sommigen dat natuurlijke grenzen geaccepteerd moeten worden. Preserveren van vrouwelijk materiaal zou enkel gebruikt moeten worden om fertiliteit te hertstellen binnen de grenzen van de natuurlijke fertiliteit. Persoonlijke voorkeuren mogen geen drijfveer zijn.
Echter, dan zouden ook sterilisatie, abortus en cosmetische chirurgie ter discussie komen te staan. Het niet meer zwanger kunnen worden na de natuurlijke fertiliteitgrens is geen ziekte; het kan echter de levensvreugde van personen ernstig aantasten. Die gedachtegang suggereert een goedkeuring van cryopreservatie. Biologische gelijkheid gaat niet alleen over het moeder worden: dan zouden adoptie en het gebruik van donorgameten alternatieven zijn. Het gaat over de wens om eigen genetisch materiaal voort te brengen, (iedereen een eigen kind). Het verkrijgen van ovariëel materiaal is niet zonder risico (‘first do no harm’). Het meest geschikt voor cryopreservatie zijn immature oöcyten uit secundaire follikels. Onbekend is hoeveel vrouwen daadwerkelijk een kind krijgen na het gebruik van deze ingevroren oöcyten. De kwaliteit van ingevroren embryo’s, en daarmee de kans op een zwangerschap als uitkomst, kan op dit moment beter gegerandeerd worden, dan van oöyciten. Tenslotte: IVF is ook beschikbaar voor vrouwen, die mogelijk eerder in hun leven geen problemen ervaren zouden hebben, als ze toen aan kinderen waren begonnen. Waarom zouden dan voor het opslaan van overieel materiaal andere normen gelden?



