Proefschrift: Kinderen van diabetesmoeders doen het redelijk goed

Nieuws aanmelden

A nationwide follow-up study of children of women with type 1 Diabetes Mellitus
Maarten Rijpert
11 februari 2010, Universiteit Utrecht

In 2002 promoveerde Inge Evers aan de Universiteit Utrecht met haar landelijk prospectief onderzoek onder 348 zwangere vrouwen met type 1 diabetes (zie in database Kennispoort Verloskunde). Haar onderzoek liet zien dat de huidige zorg voorafgaand aan de zwangerschap en de glucoseregulatie tijdens de zwangerschap van deze groep vrouwen zo goed als optimaal zijn. De complicaties bij geboorte waren desondanks niet gering: o.a. 13% moeders met pre-eclampsie en 44% keizersnede, 32% van de kinderen te vroeg geboren, 45% macrosoom en 64% pasgeborenen met een hypoglycemie. Vanwege deze geboortecomplicaties concludeerde ze dat de goede zorg en voorbereiding toch niet genoeg was om korte termijn complicaties te voorkomen.

Maarten Rijpert bouwde voort op deze studie, door in zijn promotieonderzoek te onderzoeken wat de complicaties op de langere termijn zijn. Daartoe bestudeerde hij de ontwikkeling van kinderen op 6-8 jarige leeftijd. Hij vergeleek 213 kinderen van moeders met type 1 diabetes met 79 kinderen van moeders zonder diabetes. Het goede nieuws is dat de algemene intellectuele vaardigheden, nuchtere bloedsuikerregulatie, vetstofwisseling, hartfunctie en het vóórkomen van componenten van het metabool syndroom (waaronder overgewicht), vergelijkbaar waren tussen beide groepen.
Op basis daarvan suggereert Rijpert dat goede bloedsuikerregulatie tijdens de zwangerschap van vrouwen met type 1 diabetes, nadelige effecten op de ontwikkeling van het kind in elk geval deels lijkt te voorkomen.

Wel vond hij enkele subtiele verschillen tussen de groepen met betrekking tot bloeddruk, ontstekingsstoffen en bepaalde cognitieve functies, die mogelijk de eerste tekenen kunnen zijn van latere gezondheids- of leerproblemen. Overgewicht bij de macrosoom geboren kinderen kwam tweemaal zo vaak voor als bij de kinderen met een normaal geboortegewicht.
De onderzoeker hamert daarom op het belang van preventie van macrosomie, bijvoorbeeld door continue glucosemonitoring tijdens de zwangerschap, naast de normale zelfcontrole door middel van vingerprikken. Recent Engels onderzoek heeft hiermee zowel een verbeterde glucoserelatie bereikt, als een afname in macrosomie.