Risicoperceptie van eerstelijns verloskundigen
Onderzoeksvraag
Het doel van dit onderzoek is het vergroten van inzicht in de achtergrond van de besluitvorming binnen de eerstelijns verloskundige zorg. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: “Wat is de relatie tussen de persoonskenmerken en kenmerken van de eerstelijns verloskundigenpraktijk en de risicoperceptie van Nederlandse eerstelijns verloskundigen?”
Kwantitatief survey onderzoek.
Methode
De gebruikte data zijn afkomstig uit het onderzoek van Boxem et al. uit 2011 naar besluitvorming van eerstelijns verloskundigen. Van 1947 eerstelijns verloskundigen kregen 243 een vragenlijst, waarvan er 117 (48%) ingevuld werden geretourneerd. De verloskundigen werd gevraagd het risico op enkele baringsuitkomsten in te schatten, als een X aantal per 1000. De geanalyseerde uitkomstmaten zijn ‘normale fysiologische baring’ en ‘geboorte per sectio caesarea’. De statistische analyse is gedaan met behulp van het programma SPSS 17.0, waarbij gebruik is gemaakt van de correlatietoetsen Spearman en one-way ANOVA (α=0,05) en een lineaire regressie analyse.
Resultaten
In dit onderzoek zijn significante correlaties gevonden tussen drie onafhankelijke variabelen en de risicoperceptie ten aanzien van de normale baring: ‘het percentage verwezen nulliparae tijdens de ontsluiting in het afgelopen jaar in de praktijk’ correleert negatief (r=-0,296; p=0,02), ‘het gebruik van de KNOV standaard niet vorderende ontsluiting (NVO)’ (r=0,199; p=0,048) en ‘het gebruik van een eigen protocol’ (r=0,245; p=0,04) correleren positief. Verder zijn er significante correlaties gevonden tussen drie onafhankelijke variabelen en de risicoperceptie ten aanzien van een geboorte per sectio caesarea: ‘het percentage verwezen nulliparae tijdens de ontsluiting in het afgelopen jaar in de praktijk’ correleert positief (r=0,290; p=0,02), ‘het percentage thuispartus van de praktijk in het afgelopen jaar’ (r=-0,349; p=0,004) en ‘het gebruik van een eigen protocol’
(r=-0,296; p=0,03) correleren negatief. Uit de lineaire regressie analyse bleek dat alleen het percentage verwezen nulliparae tijdens de ontsluiting significant was voor de risicoperceptie ten aanzien van de normale baring (β=-0,500; t=-3,270; p=0,002) en alleen het gebruik van Preventive Support of Labour (PSL) was significant voor de risicoperceptie ten aanzien van een geboorte per sectio caesarea (β=0,406; t=2,580; p=0,015).
Conclusie
Uit dit onderzoek komt ten eerste naar voren dat verloskundigen die Preventive Support of Labour gebruiken een hogere risicoperceptie hebben ten aanzien van een geboorte per sectio caesarea of dat deze verloskundigen door hun hogere risicoperceptie vaker PSL gebruiken. Ten tweede blijkt dat verloskundigen werkzaam in een praktijk met een hoger percentage nulliparae dat tijdens de ontsluiting werd verwezen in het afgelopen jaar een lagere risicoperceptie hebben ten aanzien van een normale baring of dat deze verloskundigen door hun lagere risicoperceptie vaker nulliparae verwijzen tijdens de ontsluiting