Voorwoord
Kraamkliniek De Ooievaar in Utrecht is de plek waar ik in 1968 zonder kunstgrepen geboren ben. Het gebeurde onder toezicht van verloskundig huisarts Van der Laan. Vanochtend heb ik m’n moeder gebeld om haar herinneringen aan die tijd op te halen. Tien dagen bleef ze nog met mij liggen in de kraamkliniek, voordat ze naar huis ging. Maar daarna was het feest ook voorbij en vond iedereen het volstrekt normaal dat ze alle zorgtaken thuis weer volledig op zich nam. Het idee om m’n moeder te bellen kreeg ik bij de prachtige lustrumviering van de Academie Verloskunde Maastricht. Provinciaal Gouverneur Theo Bovens had hetzelfde gedaan, ter voorbereiding van zijn feestrede bij de honderdjarige vroedvrouwenschool. Hij memoreerde dat vorige eeuw vele tienduizenden Limburgers zijn geboren in de kraamkliniek van de Limburgse vroede vrouwen.
Ik moest weer aan zijn woorden denken toen ik deze week de nieuwe cijfers van Euro-Peristat las. Daarin staat onder andere dat het percentage thuisbevallingen in Nederland tussen 2004 en 2010 is teruggelopen van ruim 30 tot 16,4% twee jaar geleden. Maar ook dat het aantal geboortes in bevalcentra in 2010 al 11,4% van het totaal bedroeg. De Ooievaar heeft de weg naar de kraamkliniek weer teruggevonden lijkt het. M’n moeder zei het vanochtend als volgt: “Ik begreep ook wel dat bevallen in de basis een natuurlijk proces is. Maar als het fout zou gaan, was het wel fijn om iemand bij de hand te hebben die direct kon ingrijpen.” Het was alsof ik een cliënt van een nieuw bevalcentrum hoorde praten, in plaats van mijn 79-jarige moeder.