Voorwoord
Wie de reacties leest op het proefschrift van Ineke van den Bergover over de effectiviteit van alternatieve geneeswijzen in de gezondheidszorg (zie verderop in deze nieuwsbrief), waant zich toeschouwer van een verhit politiek debat in de Tweede Kamer. De anti-kwakzalfbeweging in Nederland lijkt iedereen te willen stoppen, die de werking van alternatieve geneeskunde probeert aan te tonen. Het opsporen en fileren van de zwakke plekken in de onderzoeken is het doel op zich geworden, in plaats van de bestudering en discussie over verdere toetsing van de gevonden inzichten. Resteert nog wel de vraag waarom behandelaren en producenten in de wereld van de alternatieve geneeskunde, niet meer werk maken van omvangrijke en onomstotelijke bewijsvoering voor hun therapieën en heilzame middelen.
Het felle debat rond de alternatieve geneeskunde past in een trend. Nederland is de afgelopen vijf jaar moeiteloos omgeschakeld van het Poldermodel naar het Pokermodel: hoog inzetten op één punt en na afloop hier en daar een winnaar, maar vooral verliezers en geen gezamenlijke vooruitgang. Een dergelijk spelletje nodigt uit tot incidentenpolitiek. Tijdens de spelronde is alle aandacht op de hoogste bieder aan tafel gevestigd, maar bij de volgende inzet is zijn de ogen alweer op een ander gericht.
In dat beeld past ook de rituele dans rond de stroom onderzoekspublicaties over de zorg bij zwangerschap en geboorte. Ieder nieuw onderzoek wordt in de media gebracht alsof dé oorzaak voor bovenmatige babysterfte gevonden is. Een maand later lijkt dat inzicht alweer te zijn ingehaald door een nieuw inzicht, waarover de verhitte discussie oplaait. Het is maar te hopen dat de spelers aan deze tafel de ogen op het gehele speelveld gericht houden. De echte winst valt te behalen bij een gezamenlijke inzet.
Paul Heere