1 apr 2010:
"Een maximale aanrijtijd van 15 minuten bij een thuisbevalling, betekent het einde van de thuisbevalling in grote delen van het platteland."
1 jan 2010:
"Om veilige zorg rondom zwangerschap en geboorte te kunnen garanderen, moeten verloskundigen en gynaecologen in VSV-verband wekelijks informatie uitwisselen over iedere zwangere in zorg’"
1 okt 2009:
"Verloskundigen, huisartsen en gynaecologen zouden als één organisatie moeten samenwerken, met de zwangere als middelpunt."
1 jul 2009:
"Ademhalings- en ontspanningsoefeningen tijdens zwangerschapscursussen hebben geen effect op het verloop van de bevalling."
6 mrt 2009:
"Er zouden maximaal 3 verloskundigen betrokken moeten zijn bij de begeleiding van cliënten tijdens de zwangerschap, de bevalling en het kraambed. "
10 dec 2008:
"Een preconceptiespreekuur voor voeding en leefstijl leidt niet tot de gewenste gedragsveranderingen."
4 jun 2008:
"Het dient standaard zorg te worden dat bij een verwijzing van een client tijdens de baring, de verloskundige de (psychosociale) ondersteuning continueert."
20 apr 2008:
"Iedere vrouw heeft het recht om zelf te kiezen voor pijnbestrijding tijdens de bevalling."
1 jan 2008:
"De verloskundige dient zicht te ontwikkelen van poortwachter voor 2e lijns zorg tot regisseur in de verloskundige ketenzorg."
7 dec 2007:
"Het afbreken van de zwangerschap moet ook na 24 weken mogelijk zijn"
28 nov 2007:
"De screening naar onbehandelbare aandoeningen moet niet met de hielprik zo kort na de geboorte."
2 okt 2007:
"Het realiseren van gedragsverandering bij zwangeren met een ongezonde leefstijl, draagt het meeste bij aan een daling van de perinatale sterfte."
4 jun 2007:
"Marianne Prins (VAA) en Marlies Rijnders poneerden de stelling: “Wetenschappelijk onderzoek moet deel gaan uitmaken van de praktijkdoelen. Denk bijvoorbeeld aan 10% van de tijdsbesteding
(= 4 uur per week).”"
25 sep 2006:
"De doula als continue baringsondersteuner is een zinvolle aanvulling op het verloskundige systeem"
22 jun 2006:
"De KNOV moet gefaciliteerd worden om veel meer richtlijnen per jaar ontwikkelen dan ze nu doen."
15 mrt 2006:
"Optimale medische zorg door verloskundigen vereist een academische (WO bachelor/master) opleiding"
20 jan 2006:
"Samenwerking tussen verloskunde opleidingen en geneeskunde faculteiten heeft meerwaarde"
De stelling is ontleend aan de inaugurele rede, die de hoogleraar Verloskunde prof. Jan van Lith o hield aan het LUMC. Hij concludeerde Van Lith dat de zwangere vrouw niet centraal staat binnen de Nederlandse verloskundige zorg. Op de website van Kennispoort reageerden 130 mensen, waarvan 87% het eens is met de stelling. Slechts 11% is niet voor en 2% weet het niet.
We vroegen om een reactie aan Trudy Klomp, verloskundige, docent en onderzoeker aan de Verloskunde Academie Amsterdam. “Het belangrijkste wat in de stelling naar voren komt is het uitgangspunt van samenwerking. De gezamenlijke inspanning voor een goed resultaat, oftewel een gezonde en tevreden moeder en een gezond kind, is daarbij van alle obstetrische hulpverleners een voorwaarde. Met als doel de zorg waar mogelijk te verbeteren, met de zwangere als middelpunt. Wat zijn haar verwachtingen en wensen en hoe kunnen wij daar rekening mee houden?
Naar mijn verwachting zullen er in de toekomst meer en meer bevalcentra ontstaan waar de laag-risico zwangere kan bevallen onder verloskundigen zorg (‘midwife-led care’). Indien nodig wordt een gynaecoloog op consult ingeroepen. Ik ben geen voorstander van alle verloskundigen in dienst van grote centrale ziekenhuizen, onder supervisie van een gynaecoloog werkend, omdat uit onderzoek blijkt dat in deze zorg ook de laag-risico bevalling medicaliseert. Er worden meer onnodige ingrepen gedaan, waardoor een laag-risico bevalling ‘at risk’ wordt. Daarnaast blijken deze vrouwen minder tevreden over hun baring. Uit de lopende audit studie moeten de substandaard zorg factoren komen waarmee we de zorg verantwoord kunnen aanpassen. We willen graag duidelijkheid over de vermijdbare substandaard zorgfactoren en hoe we deze kunnen aanpakken voor het terugdringen van de perinatale sterfte.
Door transparante en volledige voorlichting kan de zwangere geholpen worden bij haar keuzemogelijkheden en samen met haar hulpverlener de voor haar juiste keuzes maken. De zwangere blijft centraal staan en zij kan het recht op vrije keuze behouden voor goede hoog kwalitatieve en veilige zorg voor haarzelf en haar kind.”
Het stemmen op deze stelling is beïndigd op 7 jan 2010. De behaalde resultaten:


