Programma – Participatie van verloskundigenpraktijken in onderzoek

Marianne Prins – Docent en onderzoekscoördinator VAA
Marlies Rijnders – Verloskundig onderzoeker TNO, Kwaliteit van Leven

De verloskundige zorgverlening in Nederland is uniek maar nog slecht onderbouwd. Wat we weten komt veelal uit kwantitatief onderzoek dat uitgevoerd is in de tweedelijn. Maar veel vragen over de kwaliteit van de zorgverlening, de mening van de zwangere over de zorg en de effecten van het doen of juist laten van verloskundige interventies (in de eerstelijn) zijn nog onbeantwoord. Ook zou het heel belangrijk zijn om vragen over het Nederlands verloskundig systeem te beantwoorden. Op welke onderdelen zou dit verloskundige systeem verbeterd kunnen worden? Welke impact hebben veranderingen in dat systeem op de zwangere en op de zorgverleners zelf? Veel vragen maar weinig antwoorden. Verloskundigen in Nederland hebben – soms samen met de verloskundigen in opleiding – de laatste vijf à tien jaar hard gewerkt aan het veranderen van deze situatie. Een aantal belangrijke studies is gedaan en ook nog gaande. Enkele voorbeelden: de eerste RCT in de eerste lijn naar het effect van strippen op het voorkomen van serotinitiet van Esteriek de Miranda, de Serinamstudie aan de VAA en VAG, retro- en prospectief onderzoek naar de uitwendige versie, WEE.nl, een studie naar het welzijn van vrouwen 3 jaar na de geboorte van hun kind. Binnen bijna al deze studies hebben verloskundigen en studenten een cruciale rol.

De ervaring heeft geleerd dat de onderzoeker en verloskundig zorgverlener heel goed met elkaar moeten kunnen samenwerken. Zonder enthousiasme van de verloskundigen is het moeilijk een onderzoek tot een goed einde te brengen. Zonder de hulp van een ervaren onderzoeker is het voor een verloskundige “uit het veld” heel moeilijk om de vragen op het eigen vakgebied wetenschappelijk beantwoord te krijgen. Interesse, nieuwsgierigheid, respect voor elkaar, kennis van ieders werksituatie vormen de basis voor een goede onderzoeksrelatie. Soms verliezen de partijen het gemeenschappelijk einddoel uit het oog en ontstaan er problemen. Op die momenten wordt een groot beroep gedaan op de bereidheid daadwerkelijk te investeren in het eindproduct: een oplossingsgerichte attitude is hierbij een absolute must. Maar om (1e lijns) verloskundig onderzoek tot een goed einde te brengen is meer nodig dan goede afspraken en een positieve inzet. Een structurele inbedding van onderzoek binnen de verloskundige praktijken is essentieel. Daarbij denken wij aan praktijkoverstijgende voorwaarden zoals scholing van verloskundigen, fi nanciering van mogelijkheden van onderzoek, het ontwikkelen van een wetenschappelijk domein en een wetenschappelijke attitude. Op de opleidingen werken de studenten hard aan het ontwikkelen van een wetenschappelijke attitude. Op de conferentie Kennispoort Verloskunde horen we graag uw mening en ideeën over onderzoek in de eerste lijn: wat is daar voor nodig.