Programma – Werken in de academische lespraktijk

Jaap Talsma, huisarts in de academische huisartsenpraktijk Groningen

* Download hier de PowerPoint presentatie van Jaap Talsma
Verloskundigen en huisartsen in Nederland hebben veel overeenkomsten. Ze werken beiden in de eerste lijn, opereren vanuit vergelijkbare samenwerkingsverbanden en hebben patiëntenzorg als core business. Ze delen daarbij dezelfde ambitie: de activiteiten in de patiëntenzorg van een wetenschappelijke basis voorzien. Hoe realistisch is die ambitie? Is het mogelijk om naast een drukke praktijk te komen tot goed onderzoek, het publiceren van wetenschappelijke artikelen, het schrijven van een proefschrift?

Met deze vraag als leidraad zal ik ingaan op mijn eigen werksituatie in een academische huisartsenpraktijk en de kansen en beperkingen daarvan bespreken. Dit leidt tot conclusies, die mijns insziens voorwaardelijk zijn voor het doen van onderzoek vanuit de patiëntenzorg. Tenslotte kan ik vanuit mijn werksituatie enkele aanbevelingen doen om te komen tot onderzoeksactiviteit. De Academische Huisartsenpraktijk Groningen is een groepspraktijk die bestuurlijk verbonden is aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, opgericht in 2004. De praktijk heeft tot doel om, naast de gebruikelijke patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek te verrichten en zorgexperimenten te initiëren om de samenwerking met medisch specialisten en het ziekenhuis te verbeteren. In de praktijk, die aan circa 12.000 Groningers zorg verleent, zijn 8 huisartsen werkzaam, die 70% van hun tijd aan patiëntenzorg besteden en 30% aan academische taken.

Die academische taken bestaan uit onderwijs aan medische studenten, coassistenten en huisartsen-inopleiding, het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in de onderzoekslijn ‘de kwetsbare oudere’ en het initiëren en evalueren van zorgexperimenten. De praktijk wil een werkplaats zijn waar ontwikkelingen in de zorg uitgeprobeerd kunnen worden, om vervolgens in het veld geïmplementeerd te worden. Naast onze praktijk heeft ook de VU een op deze leest geschoeide praktijk; in andere universiteitssteden bestaan initiatieven om vergelijkbare praktijken op te richten. Na 2,5 jaar werpt onze werkwijze haar eerste vruchten af. Hier zal ik voorbeelden van geven. Dat neemt niet weg dat het combineren van patiëntenzorg en academische activiteiten een soms moeizaam gegeven is. Ook dat verdient een nadere toelichting.

Er is een verschil tussen de Academische Huisartsenpraktijk Groningen en andere samenwerkingsverbanden in de huisartsgeneeskunde. Het verschil met de praktijk van de verloskundigen is nog groter. Zo is de wetenschappelijke emancipatie van de huisartsgeneeskunde in de jaren ‘50 van de vorige eeuw begonnen met de oprichting van een wetenschappelijke vereniging, het NHG. De huisartsgeneeskunde is inmiddels universitair ingebed. De verloskundigen zijn een kleinere groep die zorg biedt aan een overwegend gezonde populatie. De eerstelijns verloskunde heeft de eerste stappen gezet om een wetenschapsdomein te ontwikkelen en universitaire inbedding te realiseren. Deze uitgangssituatie maakt, samen met ervaringen uit de huisartsgeneeskunde, aanbevelingen mogelijk voor wijze waarop het onderzoek tot ontwikkeling kan worden gebracht. Onderzoek kan zo leiden tot inspiratie en verdieping van het vak, oftewel: praktijk ontmoet onderzoek.