Parallelsessie 3 Themasessie Perinatale sterfte

Greta Rijninks (AMC) bespreekt het vergelijkende onderzoek naar de verschillen tussen Peristat I en II en de consequenties voor de 1e lijns verloskunde. Anita Ravelli (AMC) geeft een lezing over de regionale verschillen in perinatale sterftecijfers in Nederland, naar aanleiding van het promotieonderzoek van Miranda Tromp. Semiha Denktas (Erasmus MC) is projectleider van het Aanvalsplan Rotterdam, waarin ketenzorg centraal staat. Zij doet uit de doeken hoe deze nieuwe aanpak de perinatale uitkomsten in de havenstad zal verbeteren. Deze sessie staat onder leiding van Marianne Amelink (IGZ).

Peristat I en II: meer dan perinatale sterfte!

G.C.Rijninks-van Driel, MSc. RM. Klinisch verloskundige / onderzoeker AMC;
Bestuurslid KNOV, PRN en EMA; deelnemer Nederlandse Peristat Stuurgroep

Peristat (www.europeristat.com) heeft als doel het ontwikkelen en implementeren van indicatoren om de perinatale gezondheid te kunnen vergelijken tussen Europese landen. In Peristat I (2004) namen 15 landen deel terwijl dit in Peristat II (2008) al 26 landen waren. De indicatoren beschrijven de neonatale gezondheid, maternale gezondheid, gebruik van gezondheidszorg en populatiekenmerken. De resultaten vielen niet mee: na Frankrijk en Letland heeft Nederland de hoogste perinatale sterfte, hetgeen zowel media- als politieke belangstelling trok. De focus van de presentatie zal zich richten op de a terme sterfte in Europa. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan andere indicatoren, waaronder de manier van bevallen. Wat zijn daar de trends binnen Europa? Een groot deel van de gegevens van Peristat komen van de Perinatale Registratie Nederland, de gecombineerde LVR1, LVR2 en LNR cijfers. Voor verloskundigen geven deze cijfers ook inzicht op praktijk- en kringniveau, wat kun je daar mee?

Download hier de PowerPoint presentatie van Greta Rijninks

Regionale verschillen in perinatale sterfte in Nederland

Dr. Anita CJ Ravelli, epidemioloog, afdeling klinische informatiekunde, AMC, Amsterdam

De perinatale sterfte in Nederland is de afgelopen jaren gedaald. Per jaar overlijden er tijdens de zwangerschap en eerste levensweek ongeveer 1700 op de 175.000 geboren kinderen (10 op de 1000). Belangrijke risicofactoren voor perinatale sterfte zijn meerlingzwangerschap, hypertensie, niet westerse etniciteit, primi en 3+ pariteit, leeftijd <20 en > 35 jaar, geboortetijdstip buiten kantooruren, conceptie na vruchtbaarheidsbehandeling en lage sociaal economische status. Intermediaire risicofactoren zijn prematuriteit, dismaturiteit en congenitale afwijkingen.

Onderzoek op basis van het gekoppelde LVR1, LVR2 en LNR bestand heeft verder aangetoond dat er regionale verschillen in perinatale sterfte zijn met verhoogde risico’s in de Noordelijke provincies en verlaagde risico’s in het Zuiden. De regionale verschillen waren met name zichtbaar bij geboorten vanaf 32 weken, overdracht tijdens de baring en kinderen met congenitale afwijkingen vanaf 26 weken.
In de presentatie zal aandacht worden besteed aan de mogelijke invloed van reistijd.

Hier komt binnenkort de PowerPoint presentatie van Anita Ravelli

Rotterdamse Aanvalsplan Perinatale Sterfte
programma 'Klaar voor een Kind'

Drs. Semiha Denktas, Erasmus MC, Rotterdam

Onlangs bleek dat Nederland een hoog perinataal sterftecijfer kent ten opzichte van andere Europese landen. De Gemeente Rotterdam en het Erasmus MC, stadsbreed gesteund door zorgvoorzieningen, hebben het initiatief genomen tot de ontwikkeling van een stedelijk aanvalsplan. Het Aanvalsplan Perinatale Sterfte Rotterdam heeft als primaire doelstelling daling van de perinatale sterfte in alle deelgemeenten naar tenminste het huidige landelijke gemiddelde van 10 promille, in tien jaar tijd. In de presentatie wordt de programmatische werkwijze van het Rotterdamse aanvalsplan om de stedelijke perinatale gezondheidsuitkomsten te verbeteren verteld.