De gepresenteerde onderzoeken in dit subhoofdstuk pogen meer licht te werpen op wat zwangere vrouwen en hun partners in de verloskundige zorg nodig hebben, zodat deze zo optimaal mogelijk georganiseerd kan worden.

Het focus van deze onderzoeken ligt vooral op de zorg geleverd door de verloskundige, maar de uitkomsten zijn bruikbaar voor de gehele verloskundige keten. Kernthema in de vijf onderzoeken is cliëntparticipatie en besluitvorming.

Twee onderzoeken houden zich bezig met de wijze waarop de verloskundige het beslissingsproces bij de prenatale screening het beste kan vormgeven. De ene studie kijkt naar het cliëntperspectief, zodat verloskundige zorgverleners beter weten wat er nodig is bij de counseling. In deze studie wordt ook nagegaan hoe verloskundigen hun rol als counselor vormgeven. Resultaten laten zien dat cliënten tevreden zijn over de informatie die zij krijgen over de testprocedures en de aandoeningen die opgespoord kunnen worden, maar cliënten missen ondersteuning in hun besluitvorming. De andere studie onderzoekt of zorgverleners rekening houden met religieuze aspecten als zij vrouwen met een islamitische achtergrond counselen. Een van de resultaten is, dat de visies van deze vrouwen op enerzijds het eventueel krijgen van een kind met een aangeboren aandoening en anderzijds op zwangerschapsafbreking bepalend is voor hun keuze om wel of geen combinatietest te doen. Hoewel verloskundigen het belangrijk vinden religieuze overtuigingen mee te nemen tijdens de counseling, hebben zij nauwelijks kennis van het islamitisch gedachtengoed wat betreft de keuzes die binnen prenatale screening genomen moeten worden.
Drie studies houden zich bezig met het besluitvormingsproces tijdens zwangerschap en bevalling. De eerste studie onderzoekt de tot nu toe vrij onderbelicht gebleven rol van de partner in de besluitvorming over de plaats van de bevalling en de keuze voor een bepaalde vorm van pijnstilling. De onderzoekers gaan na of de rol van de partner in de besluitvorming ook van invloed is op het welbevinden van de zwangere tijdens en na de bevalling. De tweede studie gaat meer in het algemeen na wat de wensen en noden zijn van zwangere vrouwen. Het is bekend dat keuzes kunnen maken en betrokken worden in de besluitvorming bijdragen aan meer positieve bevallingservaringen. Een conclusie van dit afgeronde onderzoek is dat ‘shared decision-making’ onderdeel behoort te zijn van begeleiding en behandeling van vrouwen in de hele breedte van verloskundige zorg, zodat de beleving en wensen van de cliënt centraal gesteld worden. De derde studie onderzoekt of de voorkeur voor de plaats van de bevalling (in het ziekenhuis of thuis) en manier van bevallen (vaginaal of per sectio) gerelateerd is aan angst voor de bevalling. Deze nog lopende studie zal bijdragen aan meer kennis over angst voor de bevalling bij individuele vrouwen en over de keuzes die ze vervolgens maken ten aanzien van de plaats en manier van bevallen. Ook kan met deze kennis psychischeondersteuning rond zwangerschap en bevalling verbeterd worden.

Dr. Marieke Paarlberg
Gynaecoloog/trainer, Gelre Ziekenhuizen, bestuurslid ISPOG

Drs. Janneke Gitsels
Verloskundige, onderzoeker en docent, AVAG