Determinanten en patronen van zorggebruik bij zwangeren in de eerste lijn

Geplaatst op

Zorggebruik van eerstelijns zwangeren. Uit registraties van huisartsen blijkt dat zwangere vrouwen, naast het contact met de verloskundige, ook geregeld contact hebben met de huisarts. De redenen hiervoor zijn onbekend. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat er een onduidelijke taakafbakening bestaat tussen huisartsen, verloskundig actieve huisartsen en verloskundigen. Een goede afstemming tussen de verschillende professies is alleen mogelijk indien er gegevens bekend zijn over de zorgbehoefte, zorgvraag en zorggebruik van de zwangere. Daarnaast is het belangrijk inzicht te genereren in de factoren die zorggebruik bepalen. Alleen met deze informatie kunnen beleidsinterventies worden vastgesteld en ingezet ter bevordering van een adequaat zorggebruik. Dataverzameling zal plaatsvinden binnen de DELIVER-studie (Data EersteLIjnsVERloskunde) en bij huisartsen (LINH-database). Aan zwangeren wordt op meerdere momenten tijdens de zwangerschap een vragenlijst voorgelegd – gebaseerd op het Andersen Behavioral Model of Health Services Use – waarmee de gezondheidstoestand, de zorgbehoeften en het zorggebruik van de eerstelijns zwangere in kaart wordt gebracht.

Doel

Het doel van de studie is het beschrijven van patronen van zorggebruik en het nagaan welke factoren van invloed zijn op het zorggebruik bij zwangeren in de eerste lijn.

Vraagstelling/hypothese

  • Wat is het zorggebruik van zwangere vrouwen in de eerste lijn?
  • Welke factoren zijn van invloed op het zorggebruik van zwangere vrouwen in de eerste lijn?

Relevantie

Wetenschappelijke relevantie: dit onderzoek zal inzicht opleveren in de factoren die zorggebruik van eerstelijns zwangeren bepalen. Beleidsmatige relevantie: zorggebruik heeft in Nederland een alsmaar groeiende beleidsmatige aandacht. De overheid streeft zoveel mogelijk naar een adequate inzet van middelen, ook in de verloskundige zorg. Belangrijke vragen hierbij zijn welke zwangeren een hoog zorggebruik met zich meebrengen en in hoeverre het gebruik ongelijk verdeeld is in relatie tot andere kenmerken van de zwangeren. Om deze vraag te kunnen beantwoorden dient inzicht te worden verkregen in de patronen van zorggebruik en factoren die zorggebruik bepalen. Inzicht hierin zal kunnen bijdragen aan verdere optimalisering van de inzet van schaarse middelen in de gezondheidszorg. Maar zal ook kunnen leiden tot een betere en effectieve samenwerking tussen de eerstelijns zorgverleners.

Maatschappelijke relevantie: dit onderzoek zal gegevens genereren over de gezondheidstoestand, zorgbehoefte en zorggebruik van de eerstelijns zwangere. Vragen die hierbij beantwoord zullen worden zijn onder andere of het gebruik ongelijk verdeeld is in relatie tot andere kenmerken van de zwangeren, zoals sociaaleconomische status en leefstijl. Inzicht hierin zal kunnen bijdragen aan een adequate inzet van middelen voor alle zwangeren.

Begeleider(s)

Prof.dr. S.A. Reijneveld
Prof.dr. F.G. Schellevis
Dr. D.E.M.C. Jansen
Dr. F. Baarveld

Uitvoerder(s)

Drs. E.I. Feijen-de Jong

Contactpersonen

Drs. E.I. Feijen-de Jong (AVAG (Groningen))

Periode

Begindatum: 2008
Einddatum: 2015


Publicaties

  • Esther I Feijen-de Jong, Danielle EMC Jansen, Frank Baarveld, Cees P van der Schans, François G Schellevis, and Sijmen A Reijneveld
    Determinants of late and/or inadequate use of prenatal healthcare in high-income countries: a systematic review Eur J Public Health first published online November 21, 2011 doi:10.1093/eurpub/ckr164
  • Feijen-de Jong et al.: Do pregnant women contact their general practitioner? A register-based comparison of healthcare utilisation of pregnant and non-pregnant women in general practice. BMC Family Practice 2013 14:10.


Log in / Registreer