Het hoofdstuk effectiviteit en doelmatigheid/interventies bevat ruim 25 projecten die belangrijke klinische vraagstukken onderzoeken.

Dit type onderzoek, evaluatie onderzoek, biedt de mogelijkheid bestaande en nieuwe behandelingen te toetsen op effectiviteit, kosten en baten. Zorgevaluatie levert grote gezondheidswinst voor de patiënt op, is noodzakelijk voor de continue verbetering van zorg en is een essentieel onderdeel van de primaire zorgverlening. De kosten in de gezondheidszorg stijgen door het toenemen van de technische mogelijkheden, screening en de veelvoud aan behandelingen. Doelmatigheidsonderzoek is het uitgelezen instrument om de effectiviteit van deze zorg te onderzoeken in uitkomstmaten die voor de individuele patiënt relevant zijn.

De afgelopen jaren heeft Nederland een prominente plaats verworven in de wereld met het verrichten van zorg evaluatie onderzoek. Hierdoor zijn veel dagelijkse klinische vraagstukken opgelost en is er meer eenduidigheid in beleid gekomen tussen zorgverleners. De overheid ziet ook de noodzaak van het verrichten van doelmatigheid onderzoek en veel van de studies die hieronder volgen zijn gesubsidieerd door ZonMw.

In de huidige jaarindex zijn meerdere grote studies afgerond, waaronder APOSTEL III, ECV, RAVEL en de resultaten worden binnenkort verwacht. Alle facetten van de verloskunde zijn vertegenwoordigd in de jaarindex, onderzoeken lopen van de preconceptionale fase, zwangerschap tot en met de bevalling. Een belangrijke lijn in de onderzoeken betreft het onderzoek naar vroeggeboorte behandeling, APOSTEL IV en VI, PPROMEXIL-III en de onderzoeken ter preventie van vroeggeboorte, de PC en Quadruple P studie. Ook onderzoek naar hypertensieve aandoeningen, dilemma’s rondom inleiding van de baring, pijnstilling durante partu en continue begeleiding tijdens de partus is goed vertegenwoordigd.

Een belangrijke stap voorwaarts is dat het NVOG bestuur continue evaluatie van medisch handelen tot speerpunt van de vereniging heeft gemaakt en de structuur van het consortium heeft geadopteerd onder de naam NVOG consortium 2.0. In 2014 zijn er door de NVOG voor het eerst kennishiaten binnen het vakgebied gedefinieerd en is er een prioritering gemaakt van deze hiaten ten behoeve van subsidieaanvragen voor ZonMW. Belangrijke onderzoekslijnen zijn vroeggeboorte, hypertensieve aandoeningen, dilemma’s rondom bevalling en foetale afwijkingen. Ook de noodzaak van lange termijn follow-up is erkend en er wordt gewerkt aan standaard follow-up van obstetrische interventie studies binnen het NVOG consortium 2.0.

Maar ook bij de gezonde zwangere liggen nog veel onderzoeksgebieden open. Het Midwifery Research Netwerk Nederland (MRNN) verricht in nauwe samenwerking met de KNOV en de Verloskunde Academies aan wetenschappelijk onderzoek in de eerste lijn. Speerpunt is het bevorderen van onderzoek in de eerstelijn dat kan bijdragen aan de onderbouwing van verloskundig beleid en van het verloskundig handelen, waarbij de WHO gedachte om te streven naar preventie van onnodige medicalisering een belangrijk uitgangspunt is. Het MRNN en het Consortium 2.0 werken reeds samen in ketenstudies zodat belangrijke beleidsvragen beantwoord kunnen worden. Een volgende belangrijke stap zou de verdergaande samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek tussen de verschillende disciplines kunnen zijn daar waar mogelijk. Samenwerking stimuleert een betere samenwerking tussen de verschillende zorgverleners en resulteert uiteindelijk in het vaststellen van de beste behandeling idealiter vastgelegd in een multidisciplinaire richtlijn.

Dr. Martijn Oudijk
Gynaecoloog/perinatoloog, UMC, Utrecht

Dr. Jannet Bakker
Verloskundige en onderzoeker AMC, research verloskundige, NVOG Consortium 2.0