FetaL Abdominal Markers Identified by Ultrasound to predict Neonatal Gastroschisis Outcome (FLAMINGO study)

Geplaatst op

Gastroschisis is een congenitaal buikwanddefect waardoor een gedeelte van de darmen naar buiten stulpt. De prevalentie van gastroschisis in Nederland is ongeveer 1,5 per 10.000 geborenen en wordt tegenwoordig bijna altijd antenataal gediagnostiseerd. De overlevingskans van de pasgeborene met gastroschisis is uitstekend (90-95%), maar gaat regelmatig gepaard met morbiditeit (30%) en langdurige ziekenhuisopname. Het aantal intra-uteriene vruchtdoden is aanzienlijk (5-12,5%). Een mogelijke verklaring voor sterfte en morbiditeit is darmbeschadiging als gevolg van continue blootstelling aan amnionvocht en mechanische compressie van de darm ter hoogte van het buikwanddefect.

Het antenataal identificeren van foetussen die een grotere kans hebben op darmschade kan mogelijk intra-uteriene sterfte en morbiditeit voorkomen door middel van intensievere foetale bewaking en eventueel vroegere beëindiging van de zwangerschap. Met deze prospectieve observationele multicenter studie, waarbij gestandaardiseerd echografisch en follow-up onderzoek zal worden verricht, hopen wij antenatale echografische parameters te identificeren die de neonatale uitkomst beter kunnen voorspellen.

Doel

Identificatie van antenatale echografische kenmerken die een voorspellende waarde hebben op een ongunstige of gunstige neonatale en postnatale uitkomst van kinderen met gastroschisis. Mogelijk kunnen deze kenmerken in de toekomst het antenatale management beïnvloeden om zo de neonatale uitkomst te verbeteren.

 

Vraagstelling/hypothese

Zijn er antenatale (echografische) kenmerken die de prognose van kinderen met gastroschisis voorspellen?

 

Relevantie

Als het mogelijk is om de conditie van de baby en zijn of haar darmen met echografisch onderzoek te voorspellen dan kan men gerichter per individuele zwangerschap:

  1. ouders voorlichting geven over de prognose van hun kind
  2. bepalen of het verstandig is de baby intensiever te controleren en zelfs eerder geboren te laten worden.

 

Begeleider(s)

Prof.dr. G.H.A. Visser
Dr. G.T.R. Manten, gynaecoloog
Dr. L.R. Pistorius, gynaecoloog
Dr. C. Koopmans, neonatoloog
Dr. W.L.M. Kramer, kinderchirurg

Uitvoerder(s)

Drs. C.C.M.M. Lap, arts-onderzoeker verloskunde

Partners

Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM/MUMC)
Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)
Universitair Medisch Centrum Nijmegen (UMCN)
Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC)
VU Medisch Centrum Amsterdam (VUmc)
Hospital de Braga (Portugal)

Contactpersonen

Drs. C.C.M.M. Lap

Periode

Begindatum: juli 2010
Einddatum: juli 2014



Log in / Registreer