Gezondheidszorgsystemen met een sterke eerstelijn zijn effectiever en efficiënter en resulteren in minder sociale ongelijkheid in gezondheid dan systemen die georganiseerd zijn rond specialistische zorg.(Starfield, 2012)

De gezondheidszorg in Nederland heeft een goed georganiseerde eerstelijn en in de verloskunde wordt eerstelijns zorg vooral verleend door verloskundigen. Echter, er worden vraagtekens gezet bij de kwaliteit van de organisatie van de verloskundige zorg in Nederland, niet alleen door discussies omtrent mogelijk vermijdbare perinatale sterfte, maar ook door het toenemend aantal verwijzingen.(Offerhaus, 2013; Stuurgroep zwangerschap en geboorte, 2009) Onderzoek naar de effectiviteit van de organisatie van zorg en veranderingen daarin is daarom in toenemende mate belangrijk. Het volgende hoofdstuk laat een enorme diversiteit zien van studies op dit gebied.

In de huidige studies wordt met behulp van PRN data ondermeer gekeken naar regionale en etnische verschillen in perinatale sterfte en de veiligheid van de eerstelijns verloskunde. Daarnaast zijn er kwantitatieve en kwalitatieve studies opgezet die het bestaande zorgmodel evalueren. Er wordt in kaart gebracht hoeveel verloskundigen werkzaam zijn en wat hun carrièreplannen zijn. Tevens wordt er gekeken naar nieuwe vormen van samenwerking en organisatie zoals integratie van eerste- en tweedelijns zorg en groepsconsulten. Tenslotte wordt gekeken hoe de samenwerking tussen zorgverleners kan worden verbeterd en of de introductie van e-health de communicatie tussen zorgverleners en de patiënt kan verbeteren.
Hiaten in het huidige onderzoek betreffen ons inziens nog de participatie van zwangeren zelf; niet alleen met betrekking tot de evaluatie van hun ervaringen, maar met name bij het prioriteren en opzetten van onderzoek. Tevens dient meer onderzoek gedaan te worden naar kosteneffectiviteit. Samenwerken kost tijd en organisatieveranderingen kunnen leiden tot efficiëntere zorg maar soms ook tot een zwaardere belasting van zorgverleners. Het is niet alleen belangrijk om het effect van die veranderingen te meten op kwaliteit maar ook op tijd en dus geld.
Tenslotte heeft de Lancet Midwifery serie in juni 2014 een duidelijke richting gegeven aan noodzakelijke veranderingen in de organisatie van verloskundige zorg.(Renfrew, 2014) De belangrijkste uitgangspunten bij het onderzoek voor deze serie waren niet de behoeften van zorgverleners of het gezondheidszorgsysteem, maar van de vrouw, haar kind en haar familie. Kern van de serie is het raamwerk voor een systeemverandering van het opsporen en behandelen van pathologie bij een minderheid naar bekwame zorg voor allen. In het huidig en nieuw onderzoek naar de organisatie van verloskundigenzorg verdient dit raamwerk een centrale plaats.

Dr. Ank de Jonge
Senior onderzoeker, coördinator Midwifery Science en verloskundige, EMGO VUmc, Amsterdam

Dr. Jeroen van Dillen
Gynaecoloog, staflid pijler verloskunde
UMC St Radboud

 

Referenties

  • Offerhaus P.M., Hukkelhoven C.W., de Jonge A., van der Pal-de Bruin KM, Scheepers P.L., & Lagro-Janssen A.L. (2013).
    Persisting rise in referrals during labor in primary midwife-led care in The Netherlands. Birth, 40(3), 192-201. 
  • Renfrew,M.J., McFadden,A., Bastos,M.H., Campbell,J., Channon,A.A., Cheung,N.F., Silva,D.R., Downe,S., Kennedy,H.P., Malata,A., McCormick,F., Wick,L., & Declercq,E. (2014). Midwifery and quality care: findings from a new evidence-informed framework for maternal and newborn care. Lancet, Epub ahead of print(doi: 10.1016/S0140-6736(14)60789-3.).
  • Starfield,B. (2012). Primary care: an increasingly important contributor to effectiveness, equity, and efficiency of health services. SESPAS report 2012. Gac.Sanit., 26 Suppl 1 20-26
  • Stuurgroep zwangerschap en geboorte (2009). Een goed begin. Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte.