Kraamzorg 2.0: heeft spreiding en/of onderbreking van kraamzorg, zonder uitbreiding van het aantal zorguren, een positief effect op de slagingskans van borstvoeding en ervaren zelfredzaamheid en kwaliteit van zorg door de moeder tijdens en na afloop van de kraamtijd?

Geplaatst op

Het huidige LIP kent 24-80 uur kraamzorg binnen 8-10 aaneengesloten dagen. De restricties in zowel het aantal dagen als de aaneengeslotenheid van dagen, worden in de praktijk regelmatig door de cliënt of de zorgverlener als suboptimaal ervaren om aan de kwaliteitseisen van goede kraamzorg te voldoen, waaronder het laten slagen van borstvoeding. Tevens leert de recent uitgevoerd ERKENstudie dat medische problemen bij moeder en kind relatief meer voorkomen in de latere, dan in de vroegere kraamzorgfase.

Het huidige project legt daarom de focus op flexibiliteit in verdeling van kraamzorguren, waarmee het ingaat op de indicatiestelling. Het gaat om praktijkgericht innovatief onderzoek, waarbij, zónder aanvullende uren, onderzocht wordt of spreiding en/of onderbreking van kraamzorg een meerwaarde levert voor moeder en kind.

Doel

Het doel van het huidige project is inzicht te verkrijgen in de effecten van onderbreking en/of spreiding van kraamzorguren op de slagingskans van borstvoeding en de ervaren zelfredzaamheid en kwaliteit van zorg door de moeder tijdens en na de kraamtijd.

Vraagstelling/hypothese

Welk effect heeft flexibiliteit in planning van geïndiceerde kraamzorguren op de slagingskans van borstvoeding en de ervaren zelfredzaamheid en kwaliteit van zorg door de moeder tijdens en na de kraamtijd?

 

De verwachting is dat vergrote flexibiliteit in de verdeling van kraamzorguren de slagingskans van borstvoeding verhoogt en de ervaren zelfredzaamheid en kwaliteit van kraamzorg door de moeder verbetert. Daarbij wordt er verwacht dat betere en efficiëntere inschakeling van hulpinstanties kan worden gerealiseerd en dat de jeugdgezondheidszorg met minder startproblemen wordt geconfronteerd.

Relevantie

Het Nederlandse geboortezorgmodel, met daarin de kraamzorg, is uniek. Deze uniciteit heeft als nadelig neveneffect dat er weinig tot geen wetenschappelijke kennis bestaat over de effectiviteit en doelmatigheid van kraamzorg. Invulling van deze kennislacune is een voorwaarde voor bestendiging van de kraamzorg.

 

Wetenschappelijke onderbouwing van noodzakelijke en effectieve kraamzorg kan bijdragen aan de verbetering van kraamzorg en het doel om iedere moeder en kind een goede start te geven. In het groter geheel kan deze kennisontwikkeling bijdragen aan het terugdringen van de maternale en perinatale mortaliteit en morbiditeit in Nederland.

Begeleider(s)

Dr. N. van Duijnhoven
Prof.dr. F.P.H.A. Vandenbussche

Partners

Kraamzorg Zuid-Gelderland (dochteronderneming Radboudumc)

Contactpersonen

F.J. Lambermon MSc (Universitair Medisch Centrum St. Radboud)

Periode

September 2017 t/m augustus 2019



Log in / Registreer