Management of labour pain

Geplaatst op

De zelfstandig werkende verloskundige is niet bevoegd om in de eerste lijn medicamenteuze pijnstilling voor te schrijven. Behoudens een enkel slaaptablet of orale sedativa, veelal via de huisarts of via de poli gynaecologie voorgeschreven, maakt de eerstelijns verloskundige gebruik van een aantal vormen van niet-medicamenteuze pijnstilling. Verschillen in de benadering van verloskundige zorgverleners ten opzichte van pijn tijdens de baring, en vooral in het faciliteren van een keuze voor pijnstilling, beïnvloeden de mate van tevredenheid over de bevalling van cliënten. In februari 2009 is zowel de KNOV-standaard ‘Prenatale verloskundige begeleiding’ als de CBO-richtlijn ‘Medicamenteuze pijnbestrijding tijdens de baring’ gepubliceerd. Hoe werken verloskundigen met deze richtlijn en standaard? De kwantitatieve data zijn verzameld in de Deliver-studie in twintig eerstelijns verloskundige praktijken (www.deliver-studie.nl). De kwalitatieve data zijn verkregen via diepte-interviews met zwangeren en recent bevallen vrouwen en focusgroepen met verloskundigen. Daarnaast is het effect en de obstetrische voor- en nadelen van ‘Inhaled pain relief during labour’ onderzocht met een systematic review voor de Cochrane collaboration.

Doel

Inzicht verkrijgen in de baringspijn van zwangeren in Nederland vanuit het perspectief van barende vrouwen en vanuit het perspectief van hun begeleidende verloskundigen.

Vraagstelling/hypothese

  1. Wat is het effect van geïnhaleerde pijnbeheersing voor barende vrouwen met een spontane baring en wat zijn de obstetrische voor- en nadelen van deze pijnbeheersing?
  2. Welke voorkeuren van pijnbeheersing tijdens de baring hebben vrouwen voorafgaande aan hun baring en van welke vormen van pijnbeheersing tijdens de baring wordt gebruik gemaakt?
  3. Wat zijn de ervaringen van bevallen vrouwen met deze pijn en pijnbeheersing?
  4. Welke verwachtingen hebben eerstelijns verloskundigen in Nederland over de perceptie van hun cliënten over de te verwachten pijn en pijnbeheersing tijdens de baring?
  5. What is the sense of control among women who were transferred to obstetric-led care during labour according to planned place of birth: home versus hospital.

Relevantie

In 2007 hebben 6.8% (2005: 4.8%, 2006: 5.7%) van de spontaan bevallen vrouwen een epiduraal als vorm van pijnstilling ondergaan durante partu (PRN-data, 2007). Van de kunstverlossingen was dat, 19.0% (2005:13.3%, 2006: 15.9%) en van de kunstverlossingen 23.9% (2005:19.4%, 2006: 21.6%). Uit de laatste vrijgekomen LVR1-data is bekend dat het percentage overdrachten van de eerste naar tweede lijn wegens epiduraal/spinaal gestegen is van 2% in 2000 naar 6% in 2009 (PRN, LVR1 2009). De verwachting is dat deze cijfers verder stijgen, mede door het uitbrengen van de
CBO-richtlijn ‘Medicinale pijnbestrijding tijdens de baring’.
We willen voor de cliënten een meest optimale (preferenties en bewezen effectiviteit) en veiligste behandeling kunnen aanbieden ten aanzien van pijnbeheersing
tijdens de bevalling. De studie sluit aan bij vragen uit de dagelijkse verloskundige praktijk.

Begeleider(s)

Prof.dr. A.L.M. (Toine) Lagro-Janssen, UMC St Radboud
Prof.dr. E. (Eileen) Hutton, Midwifery Science, EMGO+, VUmc
Dr. A. (Ank) de Jonge RM, Midwifery Science, EMGO+, VUmc
Dr. M.N.N. (Mireille) van Poppel, EMGO+, VUmc
Onderzoeker: G.M.T. (Trudy) Klomp MSc, RM, docent Verloskunde
Academie Amsterdam (AVAG), onderzoeker VUmc, Midwifery Science

Partners

UMC St Radboud Nijmegen, Prof.dr. Toine Lagro, A.Lagro-Janssen@hag.umcn.nl
Midwifery Science, EMGO+ instituut, VUmc, Dr. Ank de Jonge RM, ank.dejonge@vumc.nl
Nivel, Dr. T.A. Wiegers, t.wiegers@nivel.nl
EMGO+, VUmc, Dr. M.N.N. van Poppel, mnm.vanpoppel@vumc.nl

Contactpersonen

G.M.T. Klomp MSc RM

Periode

Begindatum: mei 2008
Einddatum: medio 2014



Log in / Registreer