Maternale gezondheid krijgt een steeds prominentere plek op de nationale en internationale onderzoeksagenda. In deze jaarindex verschijnen dit jaar 16 onderzoeksprojecten op dit gebied. Het is goed om te zien dat er een mooie mix is tussen onderzoek uit de eerste en uit de tweede en derde lijn.

Steeds nadrukkelijker groeit het besef dat een goede registratie van basisgegevens in de Landelijke Verloskunde Registratie van cruciaal belang is voor de kwaliteit van epidemiologisch onderzoek. De aandacht voor het belang van heldere, uniforme en complete registratie aan de bron, van landelijke partijen maar ook van een aantal regionale geboortezorg consortia, is zeer bemoedigend en zal de kwaliteit van toekomstig wetenschappelijk onderzoek bevorderen.

Een belangrijk deel van het Nederlandse onderzoek in dit hoofdstuk behelst de relatie tussen hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap en cardiovasculaire aandoeningen op latere leeftijd. Dit is duidelijk een ‘hot issue’ op dit moment, dat door verschillende onderzoeksgroepen op verschillende manieren wordt belicht. De Generation R study uit Rotterdam herbergt ook op dit gebied een schat aan informatie die nog steeds ontgonnen wordt. Ook door andere centra wordt gewerkt aan grote meerjarige projecten die meer inzicht moeten geven in de lange termijn risico’s van vrouwen met hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap. Daarbij ligt het accent op pathogenese, risicofactoren en preventiestrategieën. Interessant is de vraag of het aanbieden van programma’s voor cardiovasculair risicomanagement aan deze jonge, gezonde vrouwen kosteneffectief is.

Daarnaast is er ruim aandacht voor een aantal ernstige maternale complicaties van de zwangerschap. Verschillende studies onderzoeken de behandeling van extreme fluxus postpartum, maligniteiten in de zwangerschap, perimortem sectio, vruchtwaterembolie, eclampsie en SAMM (severe acute maternal morbidity) in zijn algemeenheid. Naast het feit dat de structurele registratie van maternale sterfte door de auditcommissie moedersterfte van de NVOG niet meer weg te denken is uit het Nederlandse verloskundige landschap, krijgt ook de structurele registratie van ernstige maternale morbiditeit steeds meer handen en voeten binnen de internationale samenwerking in de INOSS (International Network of Obstetric Surveillance Systems).

Andere belangrijke onderwerpen die in dit hoofdstuk aan de orde komen zijn de relatie tussen congenitale hartafwijkingen en vroeggeboorte, de rol van cortisol bij hyperemesis gravidarum, en het nut van screening op chlamydia, gonorrhoea en trichomonas in de zwangerschap. Tenslotte richten twee onderzoeksgroepen zich op de fysiologische aspecten van de zwangerschap, namelijk de normale ontwikkeling van gewicht en bloeddruk in de zwangerschap en het perinataal welbevinden in relatie tot ziekteverzuim.

Dr. Marrit Smit
Klinisch verloskundige en onderzoeker, LUMC en docent PA-KV

Dr. Joost Zwart
Gynaecoloog, Deventer Ziekenhuis