Ontwenning bij pasgeborenen blootgesteld aan antidepressiva tijdens de zwangerschap: hoe specifiek zijn de symptomen?

Geplaatst op

Van alle pasgeborenen die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan Selective Serotonin Reuptake Inhibitors (SSRI’s) en Serotonin Noradrenalin Reuptake Inhibitors (SNRI’s) ontwikkelt 30% het neonatale abstinentiesyndroom, ook wel ontwenning genoemd. Hierbij treden onrustsymptomen op, zoals slecht slapen, slecht drinken en tremoren.

Deze symptomen treden echter ook op bij andere neonatale problemen, zoals infectie en prematuriteit. Het is van belang om onderscheid te kunnen maken tussen ontwenning of andere problematiek, aangezien dit een verschillende behandeling tot gevolg heeft. Daarnaast is de onderliggende pathofysiologie van ontwenning niet bekend. Verschillende studies laten een mogelijke relatie tussen ontwenning en serotonine zien. Ook is er een mogelijke relatie tussen cortisol en ontwenning.

In deze prospectieve cohortstudie worden pasgeborenen door getrainde verpleegkundigen geobserveerd, waarbij zij gebruik maken van de Finnegan scorelijst, een veel gebruikte observatielijst voor ontwenning. Tijdens de eerste drie dagen na de geboorte, wordt er een keer per dag urine opgevangen door middel van PeeSpot-filters. Tevens wordt er eenmalig een plukje haar bij moeder en baby afgenomen, waarin het gemiddelde cortisollevel van de afgelopen maand gemeten wordt.

Doel

  • Onderzoeken wat de specificiteit van de Finnegan scorelijst is bij het observeren van ontwenning bij pasgeborenen blootgesteld aan SSRI’s/SNRI’s tijdens de zwangerschap.
  • De pathofysiologie van ontwenning onderzoeken.

 

Vraagstelling/hypothese

  • Welke factoren geven een verhoogde score op de Finnegan scorelijst?
  • Zijn 5-HIAA (de belangrijkste metaboliet van serotonine) gemeten in urine en/of cortisol, gemeten in haar, gerelateerd aan ontwenning?

Zijn het daarmee waardevolle markers voor het diagnosticeren van ontwenning?

 

Relevantie

Door deze studie wordt duidelijk welke factoren een verhoogde score op de Finnegan-scorelijst kunnen veroorzaken. Daarnaast wordt de pathofysiologie van ontwenning onderzocht, waardoor ontwenning mogelijk eerder kan worden herkend, kan er beter onderscheid worden gemaakt tussen ontwenning en andere neonatale problematiek en kan er worden ingeschat hoe hoog het risico is dat een kind ontwenning ontwikkelt.

 

Begeleider(s)

Prof.dr. A. Honig
Dr. K.M. Dolman

Uitvoerder(s)

Dr. Noera Kieviet

Contactpersonen

Dr. N. Kieviet

Periode

Begindatum: maart 2012
Einddatum: januari 2016



Log in / Registreer