Kraamzorg 2.0: biedt spreiding en/of onderbreking van kraamzorg, zonder uitbreiding van het aantal zorguren, gezondheidswinst voor moeder en kind tijdens en na afloop van de kraamtijd?

Geplaatst op

Dit project richt zich op het effect van geïndividualiseerde spreiding en/of onderbreking van kraamzorguren op de gezondheid van moeder en kind tijdens en na de kraamtijd.

Verruiming van de tijdsspanne waarin de kraamzorg gegeven wordt is een cliëntgericht middel om de kwaliteit van kraamzorg te verbeteren en de huidige kwaliteitseisen te waarborgen. In een gerandomiseerde trial wordt bij cliënten die in week 30 van de zwangerschap de intentie hebben tot het geven van borstvoeding, geëvalueerd of een flexibelere omgang met kraamzorguren een verbetering oplevert voor moeder en kind. De primaire uitkomstmaat hierbij is geslaagde borstvoeding (geen bijvoeding), als surrogaatparameter voor gezondheidswinst voor moeder en kind op zowel korte als lange termijn. Secundaire uitkomstmaten zijn de ervaren kwaliteit van kraamzorg en de ervaren zelfredzaamheid van de moeder.

De focus in de huidige studie ligt op haalbare, praktijkgerichte, doelmatige kraamzorg op maat. Onze verwachting is dat de mogelijkheid tot geïndividualiseerde spreiding en/of onderbreking van kraamzorguren een positief effect heeft op de gezondheid van moeder en kind tijdens en na de kraamtijd.

Doel

Het doel van het huidige project is inzicht te verkrijgen in de effecten van onderbreking en/of spreiding van kraamzorguren op de gezondheid van moeder en kind tijdens en na de kraamtijd.

De focus ligt bij deze interventie op de planning van kraamzorguren en niet op het aantal kraamzorguren; dat laatste zal binnen de gestelde restricties van het huidig gehanteerde LIP blijven (range 24-80u), zodat er geen additionele zorgkosten worden gemaakt. Tevens is continuïteit van zorg een voorwaarde bij herverdeling van kraamzorguren. Het is ook denkbaar dat er, als gevolg van onderbreking en/of spreiding van kraamzorguren, minder zorgkosten worden gemaakt. Ook dat aspect mag tot de mogelijkheden behoren.

Vraagstelling/hypothese

Om bovenstaand doel te bereiken zijn de volgende vraagstellingen opgesteld:

  1. Welk effect heeft flexibiliteit in planning van geïndiceerde kraamzorguren op de gezondheid van moeder en kind tijdens en tot zes weken na de geboorte van het kind?
  2. Hoe ervaren de cliënt, de medisch verantwoordelijk zorgverlener die de partus en het kraambed begeleidt en de kraamverzorgende de flexibiliteit in verdeling van de geïndiceerde kraamzorguren, wanneer die niet aan de restrictie van acht of tien aangesloten dagen hoeft te voldoen?
  3. Welk effect heeft flexibiliteit in planning van geïndiceerde kraamzorguren op het werkelijk aantal afgenomen kraamzorguren en daarmee op de kraamzorgkosten? Hier mag dus ook sprake zijn van vermindering van afgenomen uren.

Relevantie

Het Nederlandse geboortezorgmodel, met daarin de kraamzorg, is uniek. Deze uniciteit heeft als nadelig neveneffect dat er weinig tot geen wetenschappelijke kennis bestaat over de effectiviteit en doelmatigheid van kraamzorg. Invulling van deze kennislacune is een voorwaarde voor bestendiging van de kraamzorg. Parallel aan de tendens van steeds meer gepersonaliseerd zorgaanbod, is het uitgangspunt zorg op maat. Het huidige project deelt deze visie en legt de focus op flexibiliteit in verdeling van kraamzorg,  waarmee het ingaat op de indicatiestelling. Het gaat om praktijkgericht innovatief onderzoek, waarbij, zónder aanvullende uren, onderzocht wordt of spreiding en/of onderbreking van kraamzorg een meerwaarde levert voor moeder en kind.

De verwachting is dat vergrote flexibiliteit in de verdeling van kraamzorguren gezondheidswinst levert voor moeder en kind (in termen van geslaagde borstvoeding, ervaren kwaliteit van kraamzorg en zelfredzaamheid), dat betere en efficiëntere inschakeling van hulpinstanties kan worden gerealiseerd en dat de jeugdgezondheidszorg met minder startproblemen wordt geconfronteerd.

Wetenschappelijke onderbouwing van noodzakelijke en effectieve kraamzorg kan bijdragen aan de verbetering van kraamzorg en het doel om iedere moeder en kind een goede start te geven. In het groter geheel kan deze kennisontwikkeling bijdragen aan het terugdringen van de maternale en perinatale mortaliteit en morbiditeit in Nederland.

Begeleider(s)

Dr. N. van Duijnhoven

Uitvoerder(s)

F.J. Lambermon MSc

Partners

Radboudumc, afdeling Verloskunde
Kraamzorg Zuid Gelderland

Financiers

ZonMw

Contactpersonen

Dr. N. van Duijnhoven

Periode

01/12/2016 – 01/12/2019


Zonmw nummer

209070003

Log in / Registreer