The SUGAR-DIP trial; oral medication strategy versus insulin for diabetes in pregnancy

Geplaatst op

In Nederland start ongeveer 15-20% van de vrouwen met diabetes gravidarum (zwangerschapssuikerziekte) met medicatie om de bloedsuikerspiegel te reguleren. De eerste keus behandeling bestaat momenteel uit insuline, een medicijn dat wordt toegediend middels injecties door de patiënt zelf. In het buitenland wordt sinds langere tijd gewerkt met bloedsuikerverlagende medicatie in tabletvorm, namelijk metformine en glibenclamide.

Vaak wordt hierbij gebruik gemaakt van 1 van beide middelen en bij onvoldoende effect aangevuld met insuline. Een combinatie van beide middelen zou ervoor kunnen zorgen dat er voldoende effect wordt bereikt en het voordeel van een behandeling volledig in tabletvorm blijft bestaan.
Door middel van een gerandomiseerde klinische trial wordt onderzocht of een combinatie van metformine en glibenclamide effectief is in de behandeling van zwangerschapsdiabetes.

Doel

Het vergelijken van de effectiviteit van orale antidiabetica als eerstelijns therapie voor diabetes gravidarum (na dieet) met de huidige behandeling met insuline.

Vraagstelling/hypothese

Hypothese: een combinatie van metformine en glibenclamide (indien nodig) is effectief in het behandelen van diabetes gravidarum met indicatie voor medicamenteuze behandeling.

Relevantie

De behandeling met orale middelen kent een aantal voordelen:

  • Patiëntvriendelijk: uit eerder onderzoek is gebleken dat patiënten de voorkeur hebben voor het slikken van een tablet in plaats van dagelijks medicatie toedienen middels een injectie.
  • Het medicijn waar mee wordt gestart (metformine) geeft nauwelijks kans op een hypoglykemie (te laag bloedsuiker). Een hypoglykemie is vervelend voor de patiënt en kan tevens gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.
  • De behandeling met tabletten is in veel gevallen gebruiksvriendelijker. Behandeling met insuline kan soms lastig zijn voor de patiënt, zeker wanneer ze meerdere soorten insuline gebruiken en de dosering hiervan steeds moeten aanpassen. Met de tabletten zijn er vaak minder veranderingen/aanpassingen nodig.
  • Mogelijk is de behandeling met tabletten minder controlegevoelig, dat betekent dat het zo kan zijn dat de patiënt minder vaak naar het ziekenhuis hoeft te komen en de zorgverleners minder tijd kwijt zijn met het volgen van de behandeling.

Begeleider(s)

Prof. dr. A. Franx (UMCU)

Prof. dr. H. de Vries (AMC)


Uitvoerder(s)

Dr. B.B. van Rijn (UMCU)


Contactpersonen

Drs. L. de Wit

Periode

November 2016 – Mei 2019


Log in / Registreer