Eindrapportage ‘Kraamzorg voor Allochtonen, een onderzoek naar kraamzorg bij Turkse en Marrokaanse vrouwen’

Vanwege de zorgwekkende situatie in de kraamzorg werd in opdracht van het Ministerie van Welzijn en Sport (VWS) een onderzoek uitgevoerd naar de kraamzorg.

Het onderzoek bestaat uit drie delen. Het eerste deelonderzoek betrof het vast stellen van de inhoud van kwalitatief goede kraamzorg, en het tweede deelonderzoek de behoefte, beschikbaarheid en effectiviteit van deze zorg. In het derde deel van deze studie is onderzoek verricht naar de bekendheid en toegankelijkheid van kraamzorg voor Turkse en Marokkaanse vrouwen alsmede naar de mate waarin kraamzorg aansluit bij de behoeften van deze vrouwen. Dit rapport beschrijft het derde deelonderzoek.

Deelnemers aan het onderzoek werden geworven door verloskundigen en door Voorlichters Eigen Taal en Cultuur (VETC-ers). Acht tot twaalf dagen na de bevalling namen de VETC- ers een gestructureerde vragenlijst af in een interview bij de vrouwen thuis. In de vragenlijst werden vragen gesteld over de bevalling, motivatie om wel of niet kraamzorg te nemen, ervaringen en tevredenheid met kraamzorg, de rol van de mantelzorg, voorlichting en kennis.

In totaal werden 68 vrouwen geïnterviewd: 44 Turkse en 24 Marokkaanse vrouwen. De vrouwen zijn laag opgeleid en hebben gemiddeld 2,3 kinderen. Ze wonen gemiddeld 15 jaar in Nederland en ongeveer 40% van de vrouwen geeft aan een goede Nederlandse spreek- en leesvaardigheid te hebben. Slechts 18% maakt deel uit van de ‘tweede generatie’ en hieronder bevinden zich meer Turkse dan Marokkaanse vrouwen. Vrijwel alle vrouwen zijn in het ziekenhuis bevallen. Marokkaanse vrouwen bevielen vaker onder leiding van de eerste lijn. Tien vrouwen hebben geen kraamzorg na de bevalling gehad, maar voor slechts vijf van hen was dit een bewuste keuze. De andere vijf hadden zich te laat ingeschreven en konden daardoor geen hulp meer krijgen van de kraamzorginstellingen De 58 vrouwen die wel kraamzorg ontvingen, hebben nagenoeg het aantal uren gekregen waar ze om gevraagd hebben. Gemiddeld ontvingen zij 24 uur kraamzorg en het merendeel koos voor kraambezoeken. Slechts de helft van de vrouwen wilde zelf kraamzorg nemen, de andere helft was door de verloskundige, man of familie geadviseerd kraamzorg te nemen. Marokkaanse vrouwen ontvingen gemiddeld 17 uur kraamzorg, tien uur minder kraamzorg dan de Turkse vrouwen. Turkse vrouwen kozen vaker zelf voor kraamzorg en ook vaker voor volledige of flexibele kraamzorg dan Marokkaanse vrouwen. De mantelzorg speelde een belangrijke rol bij het vervullen van huishoudelijke taken. De zorg voor moeder en kind werd aan de kraamverzorgende overgelaten. In het algemeen hebben de vrouwen tijdens de zwangerschap zeer weinig informatie ontvangen. Opvallend is dat slechts twee vrouwen een zwangerschapscursus hebben gevolgd. De helft van de vrouwen zegt tijdens het kraambed geen informatie van de kraamverzorgende te hebben gehad. Ruim de helft van deze vrouwen heeft desgevraagd geen behoefte aan informatie over de voeding en verzorging van de baby en haarzelf. Meestal zijn dit vrouwen die al meerdere kinderen hebben. De meeste vrouwen die informatie wel gekregen hebben gaven aan baat te hebben gehad bij deze informatie. Een klein percentage vrouwen heeft wel informatie gekregen maar daar weinig van begrepen. De kennis van de Turkse en Marokkaanse vrouwen over onderwerpen als wiegendood en het gebruik van vitamine K is onvoldoende. Zij blijken minder kennis te hebben dan de overwegend Nederlandse vrouwen uit het landelijke kraamzorgonderzoek. De vrouwen die geen kraamzorg kregen, bleken over nog minder kennis te beschikken. De Turkse en Marokkaanse vrouwen zijn overwegend tevreden over de ontvangen kraamzorg, hoewel zij minder tevreden zijn dan de Nederlandse vrouwen uit het landelijke kraamzorgonderzoek. Het merendeel (84%) zou kraamzorg aanraden bij een vriendin of familielid. Ervaren cultuurverschillen spelen wel een belangrijke rol. De helft van de vrouwen geeft aan te veel cultuurverschillen te hebben ervaren in de omgang met de kraamverzorgende. Verder zijn zij ontevreden over de wisselingen van kraamverzorgende. Marokkaanse vrouwen zijn minder tevreden over de kraamzorg dan de Turkse vrouwen.

De Turkse en Marokkaanse vrouwen uit dit onderzoek blijken niet goed bekend met het Nederlandse systeem van kraamzorg. Dit geldt zowel voor vrouwen die pas kort in Nederland zijn als voor de ‘tweede generatie’. Er is veel onduidelijkheid over wat kraamzorg precies inhoudt, wanneer men moet inschrijven en wat de kosten zijn. Door de onbekendheid van allochtone vrouwen met het Nederlandse systeem van kraamzorg laat de toegankelijkheid te wensen over. Van de vrouwen die geen kraamzorg hebben gekregen, kwam dit bij de helft doordat zij zich te laat hadden ingeschreven. Het gemiddelde aantal uren kraamzorg is 24 uur. Dit is gemiddeld 23 uur minder dan bij de Nederlandse vrouwen uit het landelijke kraamzorgonderzoek. Marokkaanse vrouwen ontvangen gemiddeld 10 uur minder kraamzorg dan de Turkse vrouwen (17 versus 27 uur). Slechts 29% van de Turkse en Marokkaanse kraamvrouwen had voldoende kennis over risicofactoren voor wiegendood; bijna een kwart van de vrouwen wist geen enkele factor te noemen. Vrouwen die geen kraamzorg hadden, bleken helemaal geen kennis over (preventie van) wiegendood te hebben. Kennis over hoe lang vitamine K gegeven moet worden, bleek eveneens overwegend onvoldoende te zijn. Kraamzorg wordt door Turkse en Marokkaanse vrouwen met gemengde gevoelens ontvangen. Enerzijds zijn de vrouwen tevreden over de geboden zorg, maar anderzijds ervaren ze ook culturele verschillen in de omgang met de kraamverzorgende. De culturele verschillen staan meer op de voorgrond dan de taalproblemen. Wat betreft kraamzorg verschillen Turkse en Marokkaanse vrouwen in een aantal opzichten van elkaar, maar ook binnen deze groepen bestaan er verschillen. Het aantal jaren dat de vrouw en haar man in Nederland verblijven speelt hierbij een belangrijke rol. Het inzetten van VETC-ers bij de werving en het interviewen van kraamvrouwen is een geslaagd experiment. VETC-ers kunnen een belangrijke rol spelen als intermediair tussen allochtone aanstaande kraamvrouwen en kraamzorgorganisaties en hulpverleners.

Type

Rapport(age)

Publicatie datum

01 July 02
Log in / Registreer Een reactie plaatsen is mogelijk zodra u ingelogd bent.