NEKPLOOIMETING (NT)

Versie 2.0

Naar dit modelprotocol wordt verwezen in NVOG-kwaliteitsnorm 6, Prenatale screening op foetale afwijkingen. De betrouwbaarheid van de foetale nekplooimeting in het eerste trimester van de zwangerschap voor de detectie van trisomie 21 wordt voor een deel bepaald door de deskundigheid en ervaring van de echoscopist, en voorts door de kwaliteit van de echoapparatuur.

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie Werkgroep Foetale Echoscopie
Voor een optimale betrouwbaarheid van deze meting is een hoge mate van nauwkeurigheid en precisie vereist. De consequenties van een onnauwkeurige meting kunnen aanzienlijk zijn. Dit kan leiden tot een over- dan wel onderschatting van de kans op een kind met trisomie 21 (achterafkans). Dit kan betekenen dat deze achterafkans nét boven of nét onder het afkappunt valt dat gekozen is als grens waarbij er een indicatie is voor invasieve diagnostiek.

De NT-meting maakt deel uit van de combinatietest (kansbepalende test in het eerste trimester van de zwangerschap op basis van een combinatie van de NT-meting en de vroege maternale serumscreening: PAPP-A en vrij β-HCG). De bijdrage van een ongunstige NT-meting aan de definitieve kansberekening op basis van de combinatietest is groter dan de bijdrage van een ongunstige uitslag op basis van de vroege maternale serumscreening. Dit onderstreept het belang van een accurate meting van de foetale nekplooi.

Vuistregel voor een goede NT-meting bij een CRL van 45-84 mm:

  • Neutrale houding van de foetus
  • Midsagittale doorsnede
  • Optimale vergroting van het beeld
  • Correcte plaatsing van de calipers
  • Onderscheid tussen de nekplooi en het amnion.

Type

Richtlijn

Publicatie datum

01 March 12
Log in / Registreer Een reactie plaatsen is mogelijk zodra u ingelogd bent.