Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van Vrouwenbesnijdenis of VGV (vrouwelijke genitale verminking) in de verloskundigenpraktijk in 2008

TNO-rapport

Op verzoek van VWS voerde TNO Kwaliteit van Leven een kort onderzoek uit naar de prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk.

Omdat het in Nederland niet mogelijk is om zonder medische reden de genitalia van vrouwen en meisjes te onderzoeken op verminkingen is de zwangerschap het aangewezen moment om vrouwen te onderzoeken op al of niet besneden zijn.

De meerderheid van de zwangere vrouwen komt tijdens de zwangerschap in aanraking met de verloskundige. In 2006 startte 75% van alle zwangeren de verloskundige zorg bij een verloskundige. Slechts 23% startte voor controle van de zwangerschap in de 2e lijn bij de gynaecoloog. De resterende 2% was onder controle bij verloskundig actieve huisartsen. In het kraambed werd in 2006 10,5% van de 2e lijn overgedragen naar de 1e lijn (Stichting PRN, 2006). Deze cijfers laten zien dat een groot deel van alle zwangere vrouwen in aanraking komt met een verloskundige.

Om via de zwangerschap iets te weten te komen over vrouwenbesnijdenis (VGV) is de verloskundigenpraktijk dus een goede ingang. De prevalentie van vrouwenbesnijdenis (VGV) in de verloskundigenpraktijk moet niet verward worden met de totale prevalentie van VGV van vruchtbare vrouwen en meisjes in Nederland. Het vertelt iets over de prevalentie bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd, maar zegt weinig over de prevalentie bij jonge meisjes.

Verloskundigenpraktijken hebben massaal de vragenlijst ingevuld waarin gevraagd werd naar de hoeveelheid besneden vrouwen die zij in 2008 in zorg hebben gehad (respons 93%, n=478).

Zij rapporteren dat zij in 2008 470 besneden vrouwen hebben gezien. Daarmee is de prevalentie van vrouwelijke genitale verminking (VGV) retrospectief gemeten gedurende zwangerschap, bevalling of kraambed in de verloskundigenpraktijk 0.32% (ruim 3 besneden vrouwen op de 1000 zwangere vrouwen). Volgens de voorlopige geboortecijfers van het CBS zijn in 2008 ruim 1500 vrouwen uit risicolanden, zoals Somaliƫ, Ethiopiƫ en Egypte, bevallen. Verloskundigen zagen 1200 vrouwen, 470 van hen waren besneden. Dit is veel minder dan de helft (4 op de 10). Dat is veel lager dan verwacht en ook veel lager dan in de landen van herkomst waar 9 op de 10 vrouwen besneden zijn.

Er kan sprake zijn van onderrapportage in de verloskundigenpraktijk door de aard van het onderzoek en omdat verloskundigen er niet naar vragen. Ruim tweederde is zeker van het aantal besnijdenissen in 2008. In de praktijken die zeker waren en het nazochten in het archief was de prevalentie hoger. Mogelijk is er onderschatting in de praktijken die het niet nazochten. Daarentegen, in praktijken die het niet zeker wisten en een schatting maakten lijkt sprake te zijn van een overschatting. Andere redenen voor onderschatting zijn dat besneden vrouwen vaker in de 2e lijn bij de gynaecoloog beginnen zodat er in de gynaecologische praktijk een hogere prevalentie is.

Een belangrijke aanbeveling is om verloskundigen te trainen in leren herkennen van besnijdenis en toepassing van het bestaande standpunt vrouwenbesnijdenis omdat in 39% van de verloskunde praktijken in 2008 minimaal een vrouw met VGV is gezien. Verloskundigen hebben een belangrijke voorlichtende taak ter voorkoming van VGV bij de meisjes die zij ter wereld hebben geholpen.

Tot slot, op basis van dit onderzoek kunnen we, zelfs bij overrapportage, niet anders dan concluderen dat de prevalentie veel lager is dan verwacht. Om op korte termijn exacte prevalentie cijfers te krijgen is het aan te bevelen een prospectief onderzoek te doen waarbij verloskundigen direct registreren wat zij zien. Daarnaast is het belangrijk om te registreren hoeveel besneden vrouwen gezien worden in de 2e lijn door gynaecologen.

Een volledig overzicht van de (kamer) stukken zijn te vinden op de website van het Ministerie van VWS.

Type

Rapport(age)

Publicatie datum

29/05/2009
Log in / Registreer Een reactie plaatsen is mogelijk zodra u ingelogd bent.