Tijdens een tweedaagse sportproef met intensieve intervaltraining zagen onderzoekers bij ervaren zwangere sporters meestal geen tekenen van verminderd foetaal welzijn. Een minderheid had tijdelijke veranderingen in de foetale hartslag, die snel herstelden. Dit wijst erop dat deze vorm van training bij deze groep meestal geen problemen geeft, al blijft vervolgonderzoek nodig.

Sporten met matige intensiteit1 Matig intensieve lichamelijke activiteit is beweging waarbij je duidelijk harder gaat ademen en je hartslag omhooggaat, maar waarbij je nog wel korte zinnen kunt spreken. Het gaat om inspanning die ongeveer 3 tot 6 keer zwaarder is dan rust. Op een schaal van 0 tot 10 voelt dit meestal als een inspanningsniveau van ongeveer 5 tot 6 (WHO, 2020).  tijdens de zwangerschap is over het algemeen veilig en heeft veel voordelen voor de gezondheid en het welzijn van zowel de zwangere als de foetus.2 Zie bijvoorbeeld: Gascoigne, E. L., Webster, C. M., Honart, A. W., Wang, P., Smith-Ryan, A., & Manuck, T. A. (2023). Physical activity and pregnancy outcomes: an expert review. American journal of obstetrics & gynecology MFM, 5(1), 100758.  Over de veiligheid van sporten met hoge intensiteit bestaat echter minder duidelijkheid. Dit komt onder andere door mogelijke effecten op de placentafunctie en foetale doorbloeding, maar deze effecten zijn nog onvoldoende onderzocht. In dit onderzoek is gekeken naar de acute effecten van intensief sporten op de foetus bij zwangere vrouwen.

Topsporters en recreatieve sporters
Dit experimentele onderzoek werd in 2022-2023 uitgevoerd in Oslo (Noorwegen). Zwangere sporters tussen 26 en 35 weken zwangerschap met een ongecompliceerde eenlingzwangerschap namen deel. In totaal waren er 60 deelnemers, waarvan tien topsporters en vijftig recreatieve sporters. De deelnemers trainden allemaal minimaal vier uur per week3 Topporters (n = 10) trainden gemiddeld 11,6 uren/week [SD 3,2]; recreatieve sporters (n = 50) trainden gemiddeld 7 uren/week [SD 2,4].  (ook tijdens deze zwangerschap) en deden dit al ten minste twee jaar vóór hun zwangerschap.

Een tweedaagse sportproef
Na een warming-up werd een sportprotocol van 45 minuten gevolgd. De metingen vonden plaats op twee achtereenvolgende dagen:
– Dag 1: vijf intervallen van 5 minuten hardlopen op een loopband.
– Dag 2: vijf intervallen van 5 minuten fietsen op een fietsergometer.

Tussen de intervallen zat telkens vier minuten pauze. Tijdens deze pauze werd één minuut uitgetrokken om van de loopband of fietsergometer naar de halfliggende positie over te gaan. De resterende drie minuten werden gebruikt voor de echografische metingen. Tijdens deze pauze werden dopplermetingen verricht om de pulsatie-index (PI)4 Pulsatie‑index (PI): maat voor de weerstand in de navelstrengslagader. Het getal geeft de verhouding weer tussen de fase van snelle en de fase van langzame bloeddoorstroming. Een stabiele PI wijst meestal op een normale foetale doorbloeding. van de navelstrengslagader en de foetale hartslag in slagen per minuut (spm) te meten. De sportsessies werden beëindigd bij:
– een langdurige bradycardie bij de foetus (foetale hartslag < 110 spm gedurende > 3 min)
– een langdurige tachycardie bij de foetus (foetale hartslag > 180 spm gedurende > 4 min)

Tijdens het onderzoek werd de hartslag van de zwangere continu gemeten. De beoogde hartslag was 90% van de geschatte maximale hartslag en kwam overeen met ongeveer 176-180 spm. Daarnaast werd tijdens het sporten aan de deelnemers gevraagd naar de intensiteit op een schaal van 6-20 aan de hand van de Borg Rating of Perceived Exertion (RPE). De beoogde intensiteit was 17, wat overeenkomt met ‘zeer zware’ inspanning.

Enkele deelnemers konden het hardlopen (n = 4) of fietsen (n = 3) niet voltooien vanwege bekkenpijn, ziekte, tijdsgebrek of een afwijkende foetale hartslag. Uiteindelijk voltooiden 37 deelnemers alle hardloopintervallen en 51 alle fietsintervallen.

Foetale hartslag: wat zagen de onderzoekers?
De gemiddelde foetale hartslag steeg bij hardlopen van 140 spm naar 153 spm na het vierde interval. Bij fietsen steeg deze van 141 spm naar 152 spm na interval twee en drie5 In het algemeen was de gemiddelde foetale hartslag 140,9 [SD 27,4] spm bij hardlopen en 148,9 [SD 16,0] spm bij fietsen.  Bij het hardlopen werden bij 47 respondenten geen langdurige episodes van foetale bradycardie of tachycardie vastgesteld; bij het fietsen was dit het geval bij 55 respondenten.

Tijdens het hardlopen waren 25 gevallen van tijdelijke foetale bradycardie, waarvan zes langdurig. In deze zes gevallen werd de sportsessie beëindigd en normaliseerde de foetale hartslag binnen acht minuten. Vier gevallen van langdurige foetale bradycardie ontstonden na het eerste interval en de vijfde en zesde na het tweede en derde interval. Tijdens het fietsen waren er elf gevallen van tijdelijke foetale bradycardie, maar geen enkele duurde langer dan drie minuten.

Tijdelijke tachycardie kwam regelmatig voor (71 keer tijdens hardlopen en 69 keer tijdens fietsen). De sportsessie werd bij drie sporters tijdens het hardlopen en bij twee sporters tijdens het fietsen gestopt vanwege langdurige tachycardie bij de foetus.

Het onderzoek maakte geen onderscheid in effecten tussen topsporters en recreatieve sporters.

Voorzichtig optimistisch
In deze studie is te zien dat bij de meeste sporters het welzijn van de foetus niet werd belast bij intervaltraining op hoge intensiteit. Bij sommige atletes traden echter langdurige foetale bradycardie en tachycardie op, vooral tijdens het hardlopen. Deze afwijkingen herstelden telkens snel na het stoppen van de inspanning. Deze resultaten wijzen erop dat hoge-intensiteitstraining tijdens de zwangerschap niet nadelig lijkt voor de foetus, maar bieden nog geen zekerheid; vervolgonderzoek is nodig.

Wat betekent dit voor jou?
Gezonde zwangeren (met een eenlingzwangerschap) die gewend zijn om intensief te sporten, lijken korte sessies hoge-intensiteitstraining over het algemeen goed te verdragen. Daarnaast suggereren de bevindingen dat hoge-intensiteitstraining bij de meeste ervaren sporters geen nadelige effecten op het foetale welzijn veroorzaakt.

In de praktijk is het belangrijk om het advies aan de zwangere te individualiseren: bespreek de trainingsachtergrond van de zwangere, en moedig aan om de intensiteit te verlagen naar matige intensiteit of te stoppen bij ongemak of ongerustheid. Voor vrouwen die niet gewend zijn om intensief te sporten, is het verstandig om deze sportactiviteiten tijdens de zwangerschap te mijden tot er meer onderzoek is gedaan.