Integrale samenwerking rond kwetsbare (aanstaande) ouders maakt het mogelijk om ondersteuning eerder en beter op elkaar af te stemmen. De aanpak in Zuid-Limburg laat zien dat dit in de praktijk werkt, maar structurele implementatie vraagt blijvende inzet.

Door heel Nederland bestaan grote gezondheidsverschillen; waar je wieg staat, maakt uit. In Zuid-Limburg zijn deze achterstanden al jarenlang hardnekkig. Kinderen worden er vaker te vroeg of met een laag geboortegewicht geboren. Achter deze cijfers gaan complexe sociale en psychische problemen schuil en beperkte toegang tot ondersteuning. Professionals uit geboortezorg, jeugdgezondheidszorg (JGZ), sociaal domein en publieke gezondheid zagen dat kwetsbare gezinnen te laat of versnipperd hulp kregen. Daarom ontwikkelde de Regionale Coalitie Kansrijke Start een gezamenlijke Basisstructuur: een regionaal raamwerk voor vroegsignalering, snelle doorgeleiding en passende ondersteuning, ondersteund door onderzoek en het programma Trendbreuk.

Samenwerking over domeinen heen: waarom noodzakelijk?
Kwetsbaarheid ontstaat zelden door één enkele oorzaak, maar door een disbalans tussen risicofactoren (zoals armoede, psychische klachten of instabiele huisvesting) en beschermende factoren (zoals een steunend netwerk of sterke opvoedvaardigheden). Een geïntegreerde aanpak1 Organisaties en beroepsgroepen werken vanuit één gedeeld doel, stemmen taken op elkaar af, delen informatie en combineren expertise. is daarom essentieel. De Basisstructuur stimuleert samenwerking tussen medische zorg, JGZ, gemeenten en sociaal werk. Door informatie te delen, taken af te stemmen en vanuit één gedeeld doel te werken, ontstaat een domeinoverstijgende aanpak2 Schotten (regels, wetten, verschillende manieren van financieren etc.) tussen sectoren zoals medisch, sociaal en publiek gezondheidsdomein worden doorbroken om tot een brede, samenhangende aanpak te komen.  die versnippering tegengaat en gezinnen sneller passende ondersteuning biedt.

De zes bouwstenen van de Basisstructuur
De Basisstructuur wordt in alle zestien Zuid-Limburgse gemeenten toegepast en bestaat uit zes bouwstenen:
1. Vroegsignalering via een digitale psychosociale vragenlijst door verloskundigen.
2. Gemeentelijke digitale zorgpaden zodat professionals snel de juiste contactpersonen kunnen vinden bij thema’s zoals huisvesting, financiën of leefstijl.
3. De JGZ-coördinator per subregio
als herkenbaar aanspreekpunt bij minder complexe vragen, die meedenkt, doorverwijst en een prenataal huisbezoek kan initiëren.
4. Prenataal huisbezoek
waarbij jeugdverpleegkundigen samen met ouders situatie, wensen en zorgen in kaart brengen. Mogelijke vervolgstappen zijn VoorZorg, Stevig Ouderschap of ondersteuning via het sociaal domein.
5. Knooppunt kansrijke start
is een multidisciplinair overleg op gemeenteniveau waarin het gezin zelf aan tafel zit met professionals om samen de beste ondersteuning af te stemmen.
6. Overleg zwangere in kwetsbare situatie
voor urgente of meervoudige kwetsbaarheden. Hier wordt medische, sociale en psychische zorg op elkaar afgestemd. Anders dan bij het Knooppunt sluit het gezin hier niet zelf aan.

Geleerde lessen
Professionals ervaren de aanpak als waardevol. De vragenlijst wordt goed ontvangen en het knooppunt helpt gezinnen concreet verder. De ervaringen laten zien dat integrale samenwerking niet alleen mogelijk is, maar ook duidelijke meerwaarde heeft.

Belemmerende en bevorderende factoren
Tegelijkertijd bestaan er knelpunten: lage aanmeldcijfers, verschillen in kennis en betrokkenheid tussen beroepsgroepen, tijdsdruk, beperkte financiering en domeinspecifieke regelgeving. Ook de betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van de basisstructuur blijft beperkt. Bevorderende factoren zijn persoonlijk contact, duidelijke werkafspraken, interprofessionele training, gedeelde verantwoordelijkheid en bestuurlijk commitment. Financiële ondersteuning via SPUK-gelden3 SPUK staat voor Specifieke Uitkering. Gemeenten krijgen via SPUK-gelden (bijvoorbeeld SPUK Gezonde Jeugd, Sport en Preventie) geld om samen te werken. Het doel van deze SPUK-gelden is samenwerking tussen verschillende domeinen stimuleren, preventie en gezondheid versterken en versnipperde projecten samenbrengen in één integrale aanpak. en aanvullende bijdragen van gemeenten en zorgverzekeraars kan het werken conform de basisstructuur vergemakkelijken.

Aandachtspunten voor de toekomst
Structurele implementatie vraagt om blijvende monitoring, deskundigheidsbevordering, tijd, afstemming en financiering. Regionale bijeenkomsten, intervisie, e-learning en een centrale informatievoorziening zijn hierbij essentieel. Daarnaast kan de Basisstructuur verder uitgebreid worden naar álle ouders met kinderen van 0–2 jaar.

Wat betekent dit voor jou?
Werk je binnen de geboortezorg, JGZ, de kraamzorg, het sociaal domein of bij de gemeente? Dan biedt een samenwerking zoals deze Basisstructuur Kansrijke Start een concreet en gezamenlijk kader om ieder kind, ongeacht achtergrond, een gezonde start te geven. In dit artikel staan tips en aandachtspunten voor het realiseren van zo’n ketenoverstijgende samenwerking. In iedere regio werkt het anders.En wat kun je nú doen?
Bespreek in jouw regio of gemeente welke elementen voor een regionale ketensamenwerking Basisstructuur al aanwezig zijn, wat nog ontbreekt en hoe je samen kunt toewerken naar een passende, integrale aanpak. Gemeenten kunnen hiervoor gebruikmaken van SPUK-gelden3 SPUK staat voor Specifieke Uitkering. Gemeenten krijgen via SPUK-gelden (bijvoorbeeld SPUK Gezonde Jeugd, Sport en Preventie) geld om samen te werken. Het doel van deze SPUK-gelden is samenwerking tussen verschillende domeinen stimuleren, preventie en gezondheid versterken en versnipperde projecten samenbrengen in één integrale aanpak. . Aanvullend kunnen IZA5 Integraal Zorgakkoord. Gelden om samen te werken aan gezonde zorg.  of AZWA6 Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. of Regiodeal7 De overheid heeft voor sommige regio’s geld beschikbaar gesteld om bepaalde doelen te bepalen, enkele regiodeals hebben focus op gezondheid en leefbaarheid. Goed om dit te weten van de regio waarin je woont.  middelen worden benut, afhankelijk van regionale afspraken. Ook is er per 1 januari 2026 een wet Domeinoverstijgend samenwerken in werking die mogelijkheden kan bieden voor sommige doelgroepen.