Vrouwen met vervelende ervaringen in hun jeugd rapporteren vaker een negatieve bevallingservaring, en die kans neemt toe naarmate het aantal van zulke ervaringen hoger is. Dit patroon is het duidelijkst zichtbaar bij ongecompliceerde bevallingen.

Onderzoek uit IJsland
Dit retrospectieve cohort onderzoek uit IJsland heeft de relatie tussen ingrijpende negatieve ervaringen in de kinderjaren en hoe vrouwen hun bevalling ervaren onderzocht. In het oorspronkelijke artikel werd dit adverse childhood experiences (ACE’s) genoemd, in deze samenvatting wordt dezelfde afkorting ACE aangehouden.

Uit eerder onderzoek is bekend dat een positieve bevallingservaring gevoelens van controle, kracht en zelfvertrouwen kan geven, terwijl een negatieve bevallingservaring kan leiden tot psychische klachten zoals angst en depressie, met gevolgen voor het welzijn van moeder en kind en voor toekomstige zwangerschappen. Het is ook bekend dat ingrijpende negatieve ervaringen in de kinderjaren grote en langdurige effecten hebben op zowel lichamelijke als mentale gezondheid. Dit onderzoek richt zich specifiek op de vraag of deze ingrijpende negatieve ervaringen in de kinderjaren samenhangen met een negatieve bevallingservaring.

Ruim 22 duizend bevallingen geanalyseerd
De onderzoekers maakten gebruik van gegevens uit het IJslandse SAGA-cohortonderzoek (Stress-And-Gene-Analysis). Deze gegevens zijn gekoppeld aan het IJslandse Medisch Geboorteregister. Uiteindelijk werden de gegevens van 12.738 vrouwen in de analyse meegenomen met in totaal 22.293 eenling bevallingen, waarvan 8.588 primipare bevallingen en 13.705 multipare bevallingen. De onderzoekers leggen de focus van de hoofdanalyse op de uitkomsten van de primiparae.

ACE’s werden gemeten met een aangepaste versie van de WHO ACE-International Questionnaire, waarin dertien categorieën van trauma in de kinderjaren worden onderscheiden, zoals mishandeling, emotionele en fysieke verwaarlozing, seksueel misbruik, huiselijk geweld, scheiding of overlijden van ouders, gepest worden, oorlog en opgroeien met ouders met verslavingsproblematiek of psychische problemen. Het totaal aantal ACE’s werd gecategoriseerd van 0 tot ≥ 4.

De bevallingservaring werd gemeten met een eenvoudige vraag waarin vrouwen hun ervaring beoordeelden op een vijfpuntsschaal van ‘zeer positief’ tot ‘zeer negatief’ voor iedere bevalling. Voor de analyses werd dit omgezet in een dichotome uitkomst1 Een dichotome uitkomst is een resultaat dat slechts twee mogelijke, elkaar uitsluitende categorieën kent: ja/nee, aan/uit, dood/levend. : een (zeer) negatieve versus alle andere antwoorden. Daarnaast werd onderscheid gemaakt tussen gecompliceerde en ongecompliceerde2 Bij een ongecompliceerde bevalling was geen sprake van een (vaginale) kunstverlossing, episiotomie, 3e of 4e graadsruptuur, fluxus post partum, Apgarscore < 7 na 5 minuten, opname van de baby op de NICU en perinatale sterfte. bevallingen op basis van medische interventies en perinatale uitkomsten.

Samenhang tussen ACE’s en negatieve bevallingservaring
De resultaten laten zien dat ACE’s veel voorkomen: Onder primiparae rapporteerde een derde (31,7%) van de vrouwen vier of meer ACE’s, terwijl slechts 18,3% geen enkele ACE had meegemaakt. Vrouwen met ACE’s waren vaker jonger, lager opgeleid, hadden een lager inkomen, minder sociale steun, rookten vaker, hadden vaker miskramen gehad en hadden vaker ervaringen gehad met seksueel geweld vergeleken met vrouwen zonder ACE.

Ongeveer 22,5%3 n = 1717  van de primipare bevallingen rapporteerde een negatieve bevallingservaring. Er werd een duidelijke dosis-responsrelatie gevonden: met elke extra ACE nam de kans op een negatieve bevallingservaring toe. Primiparae met één ACE hadden 19,7%4 aRR 1,39 (95% BI 1,19 - 1,63). 40% hogere kans op een negatieve bevallingservaring bij één ACE vergeleken met geen ACE. kans op een negatieve ervaring vergeleken met  vrouwen zonder ACE (13,6%). Vrouwen met vier of meer ACE’s rapporteerden ruim twee keer zo vaak5 aRR 2,06 (95% BI 1,79 - 2,38). een negatieve bevallingservaring vergeleken met  vrouwen zonder ACE, namelijk 30,8% versus 13,6%. Deze analyses zijn bij de primiparae gedaan, maar bij multiparae waren dezelfde patronen zichtbaar.

Opvallend was dat de samenhang tussen ACE’s en een negatieve bevallingservaring sterker was bij ongecompliceerde bevallingen dan bij gecompliceerde bevallingen6 Bij een gecompliceerde bevalling was sprake van een (vaginale) kunstverlossing, episiotomie, 3e of 4e graadsruptuur, fluxus post partum, Apgarscore < 7 na 5 minuten, opname van de baby op de NICU en/of perinatale sterfte. . De onderzoekers suggereren dat medische complicaties op zichzelf al een grote invloed hebben op hoe vrouwen de bevalling ervaren, waardoor het verschil tussen vrouwen met en zonder ACE’s kleiner wordt wanneer complicaties optreden.

Dit onderzoek laat zien dat negatieve ervaringen in de kinderjaren sterk samenhangen met hoe vrouwen hun bevalling beleven, ongeacht of de bevalling medisch gecompliceerd was.

Wat betekent dit voor jou?
Voor jou als verloskundig zorgverlener benadrukken deze bevindingen dat cliënten met ingrijpende negatieve ervaringen in de kinderjaren een kwetsbare groep vormen en mogelijk baat hebben bij screening en trauma-sensitieve zorg tijdens en na de zwangerschap, om zo de bevallingservaring en het welzijn van moeder en kind te verbeteren. Voor jou als verloskundig zorgverlener is het belangrijk om preconceptioneel of (vroeg) in de zwangerschap te informeren naar ingrijpende negatieve ervaringen in de kinderjaren en daarbij uit te leggen wat de reden is dat je hier naar vraagt.

Op basis van onderzoek betekent dit voor jou dat het goed is om te begrijpen hoe de onderzoekers hebben geanalyseerd en hoe de groepen zijn opgebouwd. Aan de cijfers (12.738 vrouwen met in totaal 22.293 bevallingen) is te zien dat vrouwen meerdere keren voorkomen in dit onderzoek. Dit kan zijn in de primiparae groep in combinatie met de multiparae groep, maar ook meerdere keren in de multiparae groep. De onderzoekers hebben niet geanalyseerd op vrouwniveau, maar op bevallingsniveau. Dit kan vooral in de groep multiparae een vertekend beeld geven. Dit is de reden dat de uitkomsten op niveau van primiparae het belangrijkste en het meest zuiver zijn. Een voorbeeld ter illustratie is dat een vrouw met ACE die haar eerste kind kreeg met een negatieve bevallingservaring mogelijk geen volgende zwangerschap en baring aandurft. Hierdoor zal het vóórkomen van ACE’s in de groep multiparae verschuiven naar minder ACE’s. Dit zegt niks over het minder vaak vóórkomen van ACE’s bij multiparae.