PROMs en PREMs geven aan: incontinentieklachten na de bevalling zijn geassocieerd met depressieve symptomen
Incontinentieklachten komen veel voor na de bevalling en blijken sterk samen te hangen met een lagere kwaliteit van leven en een hogere kans op depressieve symptomen zes maanden postpartum. Het onderzoek in deze samenvatting laat zien dat actieve signalering en behandeling van incontinentie essentieel zijn in de geboortezorg.
In de geboortezorg zijn er sinds een aantal jaar ICHOM indicatoren1 Zie ook: https://www.knov.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/nu-beschikbaar-resultaten-buzz-implementatiehandleiding en https://waardegedrevengeboortezorg.nl/ beschikbaar om waardegedreven geboortezorg te realiseren in Verloskundige Samenwerkings Verbanden (VSV’s), ziekenhuizen en praktijken. Onderdeel daarvan zijn PROMs2 Patient-reported outcome measures en PREMs3 Patient-reported experience measures . Dit artikel laat zien dat je met deze indicatoren in je eigen VSV of IGO zinvol onderzoek kan (laten) doen. Met behulp van PROMs en PREMs onderzochten de auteurs in IGO4 Integrale Geboortezorg Organisatie Annature (Breda) een onderwerp dat in de geboortezorg nog wel eens onderbelicht is, maar voor vrouwen des te relevanter: urine incontinentie en anale incontinentie na de bevalling.
Incontinentie na de bevalling
Incontinentieklachten komen veel voor na de bevalling. Tot wel 30% van de vrouwen heeft een vorm van urine incontinentie (UI) na de bevalling, en 3-4% een vorm van anale incontinentie (AI). Slechts een deel van deze vrouwen vraagt om professionele hulp, terwijl de klachten grote impact kunnen hebben op het welbevinden en kwaliteit van leven. AI en UI zijn net als kwaliteit van leven onderdelen van de ICHOM indicatoren die 6 maanden postpartum kunnen worden uitgevraagd.
Het onderzoek
Het doel van het onderzoek was om de impact van UI en AI op kwaliteit van leven en aanwijzingen voor depressie in kaart te brengen, zes maanden postpartum. Het betreft een prospectief onderzoek onder vrouwen die in de periode 2020-2022 zijn bevallen binnen IGO Annature. Van de 11.828 vrouwen beantwoordden 2.889 vrouwen ten minste één van de vijf ICHOM vragenlijsten. 663 van hen (23%) vulden de zes maanden postpartum vragenlijst in. Zij vormen de onderzoekspopulatie. Bekkenbodemproblematiek werd gemeten met gestandaardiseerde meetinstumenten voor UI5
Meetinstrument voor UI: International Consultation on Incontinence Questionnaire Short Form (ICIQ-SF). De ICIQ-SF maakt onderscheid tussen stress incontinentie (SUI) en urge incontinentie (UUI). De ICIQ-SF score loopt van 0 (geen urineverlies) tot 21. Een score >6 wordt als ernstig gezien.
en AI6
Meetinstrument voor AI: Wexner score. Fecale incontinentie (FI) is gedefinieerd als een score van 1 of hoger voor vloeibare of vaste incontinentie, en flatus incontinentie is gedefinieerd als een score van 2 of hoger voor problemen met controle van winderigheid.
. Kwaliteit van leven werd gemeten met PROMIS-10 met 10 vragen over gezondheid, functioneren en welbevinden. Aanwijzingen voor depressie werd uitgevraagd met de PHQ-27
Patient Health Questionnaire, met scores van 0-6. Een score ≥3 kan een aanwijzing zijn voor depressieve klachten.
, eventueel gevolgd met de EPDS vragenlijst8
Edinburgh postnatal depression scale. Deze werd afgenomen bij een PHQ-2 score ≥3. Een EPDS score ≥10 wordt gezien als aanwijzing voor een depressie.
.
Incontinentie is geassocieerd met lager welbevinden
Van de 663 vrouwen hadden 79 ernstige UI klachten, 71 hadden ernstige AI klachten, en 45 van hen hadden allebei. De gemiddelde Promis-10 score voor kwaliteit van leven was 37 (IQR 33–42). Vrouwen met ernstige incontinentie klachten hadden gemiddeld significant lagere Promis-10 scores. Bij ernstige UI was dit 34 (IQR 31–39; p < 0,001), en bij ernstige AI was dit 34 (IQR 30–40; p <0,001). Bij vrouwen met zowel ernstige UI als AI was de score gemiddeld nog lager: 32 (IQR 27–35, p < 0,001). Aanwijzingen voor depressieve klachten, gemeten met de PHQ-2, kwamen in totaal bij 3% van de vrouwen voor. Bij de groep met ernstige UI klachten was dit 6%; bij ernstige AI klachten 10% en bij de vrouwen met zowel UI als AI klachten was dit 18% (voor allen: p < 0,05). Er werd geen significant verschil tussen deze groepen gevonden in een afwijkende EPDS score.
Meer aandacht nodig voor incontinentieklachten en de impact daarvan voor vrouwen
De auteurs benadrukken dat de hoge prevalentie van UI en AI bij vrouwen na de bevalling een aanzienlijke invloed heeft op hun kwaliteit van leven en het risico op depressieve klachten zes maanden na de bevalling. Zij pleiten voor gerichte interventies om het welzijn van deze vrouwen te verbeteren. Zorgverleners, beleidsmakers en onderzoekers dienen samen te werken om deze problemen aan te pakken.
Wat betekent dit voor jou?
Dit onderzoek onderstreept het belang van aandacht voor incontinentieklachten na de bevalling. Deze klachten kunnen grote impact hebben op het welbevinden. Tijdens het kraambed en bij nacontroles kun je actief vragen naar deze problemen. Ook bij vrouwen die minder goed in hun vel zitten kan het relevant zijn om ook naar incontinentie klachten te vragen. Behandeling is vaak mogelijk, ook al denken vrouwen soms dat het ‘er nou eenmaal bij hoort’ na een bevalling.
BMJ open, 15(9), e101517.