Stapeling van ongunstige omstandigheden in de eerste levensjaren vergroot de kans op vroeg overlijden
De basis voor gezondheid wordt al vroeg in het leven gelegd. In deze studie onder 1,2 miljoen mensen is onderzocht hoe ongunstige omstandigheden in de kindertijd samenhangen met sterfte op latere leeftijd. Daarbij werd gekeken naar factoren op individueel niveau, omstandigheden binnen het gezin en de buurt waarin kinderen opgroeien. De resultaten laten zien dat deze omstandigheden gepaard gaan met een grotere kans op vroeg overlijden en dat de omstandigheden elkaar versterken, waardoor kinderen die met meerdere problemen tegelijk opgroeien extra kwetsbaar zijn.
Gezondheidsverschillen beginnen al in de kindertijd
Gezondheidsverschillen zijn een belangrijk maatschappelijk en volksgezondheidsprobleem1 In Nederland leven mensen met de laagste inkomens bijna 8 jaar korter dan mensen met de hoogste inkomens. Ook naar opleidingsniveau zijn er grote verschillen: mensen met alleen basisonderwijs, vmbo of MBO1 leven ongeveer 5 jaar korter dan mensen met een HBO- of WO opleiding. Pharos. (2026, maart). De cijfers achter sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV). https://www.pharos.nl/infosheets/de-cijfers-achter-sociaaleconomische-gezondheidsverschillen-segv/ . Gezondheid wordt gevormd door een samenspel van persoonlijke factoren en de leefomstandigheden van mensen. Daarbij geldt de kindertijd als een belangrijke periode, omdat lichamelijke, sociale en cognitieve ontwikkeling dan sterk worden beïnvloed door de omgeving. Deze studie onderzocht hoe gezondheidsproblemen, gezinsproblemen en een sociaaleconomisch achtergestelde buurt tijdens de kindertijd samenhangen met latere sterfte.
Onderzoek aan de hand van drie niveaus
Dit prospectieve cohortonderzoek2 Een prospectieve cohortstudie volgt een groep mensen over een langere periode om te onderzoeken of bepaalde kenmerken of blootstellingen samenhangen met latere gezondheidsuitkomsten. , uitgevoerd in Denemarken, volgde een grote groep mensen vanaf de geboorte tot maximaal 42-jarige leeftijd. Er werd gebruik gemaakt van het DANLIFE-cohort, waarin alle kinderen zijn opgenomen die tussen 1980 en 2015 in Denemarken zijn geboren. Voor deze analyse werden kinderen geïncludeerd waarbij alle relevante gegevens beschikbaar waren en die ten minste 16 jaar oud zijn geworden.
De omstandigheden werden onderzocht op drie niveaus: individueel, gezin en buurt. Op individueel niveau keken ze naar problemen rond de geboorte3 Small for gestational age (SGA) of vroeggeboorte. , lichamelijke gezondheidsproblemen en psychische aandoeningen. Op gezinsniveau werden factoren als armoede, langdurige werkloosheid, ernstig ziekte of overlijden binnen het gezin, verslavingsproblematiek en uithuisplaatsing meegenomen. voor de woonomgeving werd gekeken naar sociaal economische achterstand in de buurt, wat werd vastgesteld op basis van inkomen, werkloosheid en opleidingsniveau. Vervolgens werd onderzocht in hoeverre deze omstandigheden samenhingen met sterfte tussen het 16e en 42e levensjaar.
De sterfterisico’s
In totaal werden 1,235.519 deelnemers geïncludeerd. Tijdens de follow-up zijn 7.320 deelnemers overleden. De belangrijkste doodsoorzaken waren zelfdoding en geweld (n=1321), ongevallen (n=1291) en kanker (n=1183).
De onderzoekers zagen dat ongunstige omstandigheden in de kindertijd vaak op meerdere niveaus tegelijk voorkwamen; kinderen die opgroeien in een sociaaleconomisch achtergestelde buurt hebben ook vaker te maken met gezinsproblemen en/of gezondheidsproblemen.
Alle drie niveaus van ongunstige omstandigheden in de kindertijd hingen samen met een hoger sterfterisico. De sterkste verbanden met vroegtijdige sterfte werden gevonden voor:
- Ernstige gezinsproblematiek (HR 3,95; 95%BI 3,64-4,28)4 Een hazard ratio (HR) geeft aan hoe groot het risico is op een gebeurtenis (hier: overlijden) in de ene groep vergeleken met een andere groep gedurende de onderzoeksperiode.
- Psychische aandoeningen (HR 3,00; 95%BI 2,82-3,19)
- Veel ziekenhuis contacten vanwege gezondheidsproblemen (HR 2,36; 95%BI 2,24-2,48).
Daarnaast hingen ook de volgende factoren samen met een verhoogd sterfterisico:
- Vroeggeboorte of een laag geboortegewicht (HR 1,36; 95%BI 1,28-1,43).
- Opgroeien in een sociaaleconomisch achtergestelde buurt (HR 1,20; 92%BI 1,14-1,26)
De combinatie van ernstige gezinsproblemen en gezondheidsproblemen bij het kind bleek bijzonder ongunstig. Wanneer deze factoren samen voorkwamen, was het sterfterisico hoger dan op basis van de afzonderlijke risico’s verwacht mocht worden. Dit gold zowel voor lichamelijke gezondheidsproblemen als voor psychische aandoeningen. Een vergelijkbaar versterkend effect werd niet gevonden voor de combinatie van gezinsproblemen en opgroeien in een achterstandswijk.
Gezondheidsverschillen ontstaan al vroeg in het leven
De resultaten van deze studie laten zien dat kinderen die op meerdere vlakken met ongunstige omstandigheden te maken hebben gehad, een verhoogd risico hebben op overlijden vóór hun 42e levensjaar. Dit laat zien dat gezondheidsverschillen al vroeg in het leven ontstaan.
Deze studie laat zien dat omstandigheden vroeg in het leven grote gevolgen kunnen hebben op latere leeftijd. De resultaten onderstrepen het belang om tijdens de zwangerschap niet alleen medische risico’s, maar ook sociale en psychische problemen te signaleren en waar nodig passende ondersteuning te organiseren. Op die manier kunnen verloskundigen bijdragen aan een kansrijke start en mogelijk gezondheidsproblemen en gezondheidsverschillen op de lange termijn helpen voorkomen.In Nederland zijn er veel initiatieven om de omstandigheden waarin kinderen worden geboren en opgroeien te verbeteren, zoals het actieprogramma Kansrijke Start van de overheid5 https://www.rijksoverheid.nl/themas/familie-zorg-en-gezondheid/zwangerschap-en-geboorte/actieprogramma-kansrijke-start-voor-gezinnen-in-een-kwetsbare-situatie , de initiatieven van Pharos rondom Kansrijke Start6 https://kansrijkestart.pharos.nl/ , Gezonde start van Trimbos7 https://www.trimbos.nl/aanbod/diensten/gezonde-start/ en De Gezonde Generatie van de samenwerkende gezondheidsfondsen8 https://www.gezondegeneratie.nl/wat-jij-kan-doen/ . Veel van deze programma’s bieden ook praktische handvatten voor zorgverleners om risico’s op tijd te herkennen en gezinnen naar passende ondersteuning toe te leiden.
The Lancet Regional Health–Europe, 70.