Vaak gezondheidspoblemen in het eerste jaar na de bevalling
In het eerste jaar postpartum hebben veel vrouwen last van allerlei gezondheidsproblemen, vaak ontstaan of verergerd door de zwangerschap of bevalling. In Nederland is onvoldoende bekend hoe vaak vrouwen deze problemen ervaren en in hoeverre zij hiervoor hulp zoeken in de gezondheidszorg. Dit artikel beschrijft voor het eerst de aard en omvang van de ervaren gezondheidsproblemen en laat zien dat niet alle vrouwen de weg naar de adequate hulp weten te vinden.
Hoe groot is de behoefte aan gezondheidszorg na de bevalling?
Voor diverse gezondheidsproblemen na de zwangerschap, zoals mentale problemen of bekkenbodem problematiek, is regelmatig aandacht in Nederlands onderzoek. Maar inzicht in de algehele prevalentie van gezondheidsproblemen in het eerste jaar postpartum ontbreekt. Onderzoekers vanuit Groningen en Amsterdam inventariseerden welke gezondheidsproblemen vrouwen ervaren, hoe vaak vrouwen gebruik maken van de gezondheidszorg en welke factoren invloed hebben op dat gebruik. Met deze inzichten geven zij een aanzet voor het optimaliseren van de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor vrouwen in deze belangrijke periode.
Ervaren gezondheidsproblemen en zorggebruik
Ervaren gezondheidsproblemen en zorggebruik werden geïnventariseerd met een gestructureerde vragenlijst, aan de hand van een lijst van mogelijke gezondheidsproblemen1
Zie lijst gezondheidsproblemen in figuur verderop in het artikel.
gebaseerd op een internationale literatuurstudie2
Meyling MMG, Frieling ME, Vervoort JPM, Feijen-de Jong EI, Jansen DEM. Health problems experienced by women during the first year postpartum: a systematic review. Eur J Midwifery. 2023;18;(7):42. doi: 10.18332/ejm/173417.
. De vragenlijst werd door heel Nederland online verspreid via het Chilbirth Network3
https://www.childbirthnetwork.nl/
en allerlei andere digitale platforms. In een kleine twee maanden tijd werden 1268 ingevulde vragenlijsten ontvangen. Gemiddeld werd de vragenlijst 19 maanden na de bevalling ingevuld (range: 12-30 maanden). Van deze vrouwen melden 89,6% tenminste één gezondheidsprobleem. Het vaakst werd (extreme) vermoeidheid genoemd (51,4%), gevolgd door rugpijn (36,4%), bekkenproblemen (35,7%) en urine incontinentie (35,1%). Verder had 94,2% tenminste één medische zorgverlener bezocht.
De huisarts was de meest bezochte hulpverlener (73,2%), gevolgd door de fysiotherapeut (61,5%). De verloskundige kwam op de derde plaats: zij werd door 34,2% van de vrouwen bezocht in de periode zes weken tot een jaar postpartum, mogelijk in verband met anticonceptie.
Vrouwen maakten minder gebruik van de gezondheidszorg als zij een religieuze achtergrond hadden4 Adjusted Odds ratio 0,40; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,26-0,68. , of als zij zich niet bewust waren van de mogelijkheden voor medische hulp voor hun problemen5 Adjusted Odds Ratio 0,40; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,25-0,67. . Verder bleek dat hoe hoger de gemeten eigen-effectiviteit was, hoe minder vrouwen gebruik maakten van de gezondheidszorg6 Gemeten met de General Self_Efficacy Scale (GSES). Ieder punt hoger op de GSES verlaagde het zorggebruik (aOR, 0,88; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,78-0,98). .
Vrouwen maakten juist vaker gebruik van de beschikbare zorg als zij een aanvullende verzekering hadden7
Adjusted Odds Ratio 3,18; 95% betrouwbaarheidsinterval 1,92-5,27.
. Het zorggebruik was ook hoger bij vrouwen die een of meer gezondheidsproblemen rapporteerden8
Adjusted Odds Ratio 2,28; 95% betrouwbaarheidsinterval 1,32-3,93.
, en als zij wisten dat zij voor het ervaren gezondheidsprobleem gebruik konden maken van professionele zorg9
Adjusted Odds Ratio 1,85; 95% betrouwbaarheidsinterval 1,04-3,29.
.
Toegankelijkheid van zorg kan verder verbeterd
Net als in de internationale literatuur meldt in Nederland een groot aantal vrouwen gezondheidsproblemen in het eerste jaar na de bevalling. Veel vrouwen weten de weg naar de zorgverlening te vinden voor deze problemen, maar niet allemaal. Ook is niet iedereen aanvullend verzekerd, wat ook een belemmering kan zijn. De auteurs merken op dat nazorg na de bevalling meer aandacht verdient. Ook pleiten zij voor meer openheid over veel voorkomende problemen én de mogelijkheden om daar hulp voor te zoeken. De auteurs vermelden niet hoe vaak vrouwen gebruik maakten van de zes-weekse nacontrole bij de verloskundige, terwijl dit wel in de vragenlijst is uitgevraagd. De nacontrole zou een goed moment kunnen zijn om deze aanbevelingen in de praktijk te brengen.
Voor vrouwen is het eerste jaar postpartum een periode van herstel; niet alleen de eerste zes weken. Wees je bewust van de gezondheidsproblemen die vaak optreden in deze periode, en zorg dat je weet waar vrouwen terecht kunnen met deze problemen zodat je gericht advies kan geven. De nacontrole zes weken postpartum is een geschikt moment om vrouwen actief te ondersteunen in hun herstel en hen te informeren over de mogelijkheid om van hulp te zoeken bij aanhoudende of nieuwe klachten in het eerste jaar na de bevalling. Dat is een reden om de nacontrole uit te voeren en vrouwen actief hiervoor uit te blijven nodigen.
J Midwifery Womens Health, 2026 Jan-Feb;71(1):113-125.