Zittend gedrag in de zwangerschap leidt tot een hogere kans op pre-eclampsie
Veel zittend gedrag tijdens de zwangerschap hangt samen met een verhoogde kans op pre-eclampsie. Zweeds cohortonderzoek laat zien dat vooral ernstige en vroege pre-eclampsie vaker voorkomt bij vrouwen die veel zitten, terwijl lichamelijke activiteit beschermend lijkt.
Dit Zweedse prospectieve cohortonderzoek onderzocht of sedentair gedrag — ook vaak zittend gedrag genoemd — en lichaamsbeweging in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap samenhangen met ongunstige zwangerschapsuitkomsten als zwangerschaps-hypertensie, pre-eclampsie, zwangerschapsdiabetes, onvoldoende vorderende ontsluiting en uitdrijving, wijze van bevallen (spontaan, vacuümextractie, electieve sectio en spoedsectio) en fluxus post partum (≥ 1L).
Tussen 2016 en 2023 werden in het Uppsala University Hospital 1.713 zwangere vrouwen geïncludeerd, waarvan uiteindelijk 1.405 vrouwen in de analyse werden meegenomen. De zwangere vrouwen droegen tussen hun 8e en 23e zwangerschapsweek gedurende zeven opeenvolgende dagen een polsaccelerometer aan hun niet-dominante pols. Hiermee werd objectief gemeten hoeveel tijd zij zittend doorbrachten en hoeveel tijd zij besteedden aan matige en intensieve lichamelijke activiteit. Lichte lichamelijke activiteit kon met deze methode niet betrouwbaar worden gemeten en werd daarom buiten beschouwing gelaten. Matige en intensieve lichamelijke activiteiten konden wel betrouwbaar worden gemeten. De gemeten bewegingen werden verzameld in periodes van 30 seconden en gerapporteerd als aantal per minuut.
Het aandeel van de tijd dat zittend werd doorgebracht en het aandeel van de tijd dat de zwangeren lichamelijk actief bezig waren, waren normaal verdeeld. De onderzoeksgroep werd ingedeeld in drie gelijke groepen op basis van het aandeel van de tijd dat zittend werd doorgebracht. Ook werd de onderzoeksgroep verdeeld in drie gelijke groepen op basis van het aandeel van de tijd dat aan lichamelijke activiteit werd besteed. In de analyses werd gecorrigeerd voor BMI, leeftijd, roken, pariteit, geboorteland, pre-existente aandoeningen en het jaar van deelname aan dit onderzoek.
Uit de resultaten bleek dat vrouwen die het meest zaten een verhoogde kans hadden op pre-eclampsie vergeleken met de minst zittende groep, 6,4% versus 2,4%1 aOR 3,22 (95% BI 1,44 tot 7,16), p-waarde 0,004. . Vooral ernstige (1,3% versus 0,2%2 aOR 9,84 (95% BI 1,05 tot 92,66), p-waarde 0,046. ) en vroege pre-eclampsie (2,0% versus 0,4%3 aOR 5,61 (95% BI 1,04 tot 30,23), p-waarde 0,045. ) kwamen vaker voor in de meest zittende groep vergeleken met de minst zittende groep. Voor zwangerschaps¬hypertensie, zwangerschapsdiabetes, wijze van bevallen, baringsproblemen en ernstige postpartum bloedingen werd geen significant verband gevonden met zittend gedrag.
Omgekeerd bleek een hoog niveau van lichamelijke activiteit beschermend te werken. De meest lichamelijk actieve vrouwen hadden een aanzienlijk lagere kans op pre-eclampsie dan de minst lichamelijk actieve vrouwen (2,2% versus 7,1%4 aOR 0,22 (95% BI 0,10 tot 0,50), p-waarde < 0,001. ). Ten aanzien van lichamelijke activiteit werden ook geen significante associaties gevonden met andere obstetrische uitkomsten, zoals zwangerschapsdiabetes, sectio caesarea of fluxus post partum (> 1L).
Vrouwen met veel zittend gedrag hadden gemiddeld een hoger lichaamsgewicht, een hogere BMI bij de eerste zwangerschapscontrole en vaker obesitas. De meest lichamelijk actieve vrouwen hadden juist een lager lichaamsgewicht en BMI. Een sterk punt van dit onderzoek is dat er sprake is van objectieve metingen met accelerometers vergeleken met zelfrapportage in veel andere onderzoeken over dit onderwerp.
De conclusie van dit onderzoek is dat veel zitten in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap samenhangt met een verhoogde kans op pre-eclampsie. Een hoger niveau van lichamelijke activiteit hangt juist samen met een verlaagde kans.
Als verloskundig zorgverlener is preventie een belangrijke taak. Het bespreken van leefstijl in de spreekkamer zou de norm moeten zijn. Daarbij komt naar voren uit dit onderzoek dat naast lichamelijke activiteit ook het zittend gedrag een belangrijke factor is. In de spreekkamer zou hier ook gevraagd naar kunnen worden. Bespreken van leefstijl aan de hand van bijvoorbeeld ‘Het Leefstijlroer’ is een goed hulpmiddel. Onder de pijler ‘beweging’ zou dan ook zittend gedrag ter sprake gebracht kunnen worden. (https://www.artsenleefstijl.nl/leefstijlroer)
Sci Rep. 2025 Oct 13; 15, 35575 (2025).