Obstetric Emergencies in Primary Midwifery Care in the Netherlands

Op 26 juni promoveerde Marrit Smit, die in het dagelijks leven als klinisch verloskundige werkzaam is in het Leids Universitair Medisch Centrum.

Ze onderzocht voor haar promotie hoe obstetrische noodsituaties in de eerste lijn verlopen en voorkomen kunnen worden. Daartoe bekeek ze talloze cases van complicaties bij de (thuis)bevalling, zoals een uitgezakte navelstreng en overmatig bloedverlies (HPP). Na analyse van medische dossiers en ambulancegegevens bleek de plaats van het optreden van de complicatie niet van invloed op de uitkomst. Geen van de onderzochte vrouwen was bijvoorbeeld in acuut gevaar door ambulancevervoer, ongeacht of de 45 minuten norm was overschreden.

 

Toch valt er nog heel wat te verbeteren, om te beginnen het formuleren van een multidisciplinaire HPP-richtlijn. Ze onderzocht alvast 25 kwaliteitsindicatoren, waarvan er vijf verbeterpotentieel hebben: routinematig toedienen van uterotonica tegen bloedverlies (oxytocine), het kwantificeren van bloedverlies door middel van wegen, tijdige doorverwijzing naar de tweede lijn en de behandeling van HPP en het gebruik van zuurstof. En als er doorverwezen wordt, is het belangrijk om actief te communiceren over de toestand van de ingezonden cliënt, zodat in het ziekenhuis direct het juiste team klaarstaat.

 

Overigens blijkt al 59% van de  eerstelijns verloskundigen standaard oxytocine toe te dienen na iedere bevalling, tegen 10% in 1995. In het ziekenhuis gebeurt dit in 19 van de 20 gevallen. Een typisch voorbeeld om de noodzaak van een HPP-richtlijn aan te tonen. Daarnaast laat het zien dat verloskundigen in  de eerste lijn steeds meer gewend raken aan ‘functionele medicalisering’. Het gebruik van een zuurstofsaturatiemeter om doorlopend de conditie van baby’s te kunnen meten is een ander voorbeeld van nuttige ondersteuning. Verloskundigen weten waar ze aan toe zijn, ouders worden gerustgesteld en verwijzingen vinden alleen plaats als het nodig is. Als het aan Smit ligt, kan ook dit opgenomen worden in de richtlijnen.

 

Het onderzoek bevat nog diverse andere interessante uitkomsten, waarvoor we graag verwijzen naar de download van de samenvatting van het proefschrift.

De meest volledige versie van het proefschrift is hier te vinden http://hdl.handle.net/1887/26978.

 

Datum publicatie

26/06/2014

Promotor(s)

Promotor Prof. Dr. J. van Roosmalen
Co-promotores Dr. J.M. Middeldorp
Dr. A.B. te Pas