Pre-eclampsie is een multisysteemaandoening die zich kenmerkt door hypertensie en proteïnurie. Wereldwijd is 10-15% van de maternale sterfte direct geassocieerd met pre-eclampsie en eclampsie. De pathofysiologie is onduidelijk, maar het lijkt evident dat een gestoorde ontwikkeling van de placenta ten grondslag ligt aan dit ziektebeeld. De enige curatieve behandeling is het beëindigen van de zwangerschap en het verwijderen van de placenta. In de literatuur is veel onderzoek verricht naar verschillende voorspellers van complicaties van pre-eclampsie met als doel patiënten met een verhoogde kans op progressie van de pre-eclampsie te identificeren om tijdig op adequate behandeling en intensievere controles over te kunnen gaan. Symptomen als hoofdpijn, visusstoornissen, bandpijn, braken, oedeem en tintelingen zijn een uiting van vasoconstrictie, trombocytenaggregatie en een verhoogde capillaire permeabiliteit, die ontstaat als gevolg van endotheeldisfunctie. Hoewel deze symptomen bijna standaard worden uitgevraagd, is de literatuur echter niet eenduidig over de accuraatheid van deze symptomen als predictor van maternalecomplicaties bij pre-eclampsie. Het doel van deze PEO is om te beoordelen in hoeverre typische hypertensieve symptomen maternale complicaties bij pre-eclampsie kunnen voorspellen.

Vraagstelling
Welk pre-eclampsie symptoom is de beste predictor voor het optreden van maternale complicaties bij
zwangeren met pre-eclampsie?
P (patiënt): zwangeren met pre-eclampsie
E (exposure): pre-eclampsie symptomen (hoofdpijn,
bandpijn, visusklachten, braken)
O (outcome): maternale complicaties van preeclampsie
(eclampsie, HELPP, abruptio placentae)

De systematische review en meta-analyse bestonden uit zes studies (vier retrospectieve en twee prospectieve onderzoeken) met een totaal van 2573 patiënten. In het algemeen bleken de symptomen een hogere specificiteit dan een sensitiviteit te hebben in het voorspellen of uitsluiten van maternale complicaties (zie tabel 1).
Hoofdpijn heeft vergeleken met de overige symptomen de hoogste sensitiviteit en is daarom de beste predictor van maternale complicaties bij zwangeren met pre-eclampsie. Uit resultaten van een van de primaire artikelen bleek hoofdpijn tevens de beste predictor voor progressie naar eclampsie (sensitiviteit 0,98 met 95%-betrouwbaarheidsinterval (BI) 0,87-1,00, specificiteit 0,27 met 95%-BI 0,17-0,38). Naar aanleiding van de area under the curve voor ernstige maternale uitkomsten kan worden geconcludeerd dat bandpijn (0,70 (95%-BI 0,30-0,93 en visusstoornissen (0,74 (95%-BI 0,33-0,94)) onafhankelijke discriminerende factoren zijn vooral voor het uitsluiten van complicaties van pre-eclampsie.

Het is aannemelijk dat hoofdpijn de beste predictor is voor het optreden van maternale complicaties (vooral progressie naar eclampsie) bij zwangeren met pre-eclampsie, terwijl bandpijn en visusstoornissen nuttig zijn in het uitsluiten van de maternale complicaties. Dit is gebaseerd op graad-B-bewijs: een meta-analyse, bestaande uit cohort en case-control studies. Dit gegeven zou men in acht moeten nemen bij het inschatten van de ernst van de pre-eclampsie, zodat tijdig adequate behandeling kan worden ingezet om levensbedreigende complicaties te voorkomen. Profylactische toediening van magnesiumsulfaat in deze groep zwangeren is om deze reden te overwegen.