Prenatale blootstelling aan maternale diabetes geassocieerd met vroege manifestatie hart- en vaatziekten

DOI Code: 10.1136/bmj.l6398

Maternal diabetes during pregnancy and early onset of cardiovascular disease in offspring: population based cohort study with 40 years of follow-up
Yu Y, Arah O, Liew Z et al.

BMJ 2019;367:l6398

Lees het originele artikel hier

Hart- en vaatziekten (‘cardiovascular disease’; CVD) zijn wereldwijd de belangrijkste oorzaak van morbiditeit en mortaliteit. Het is echter onduidelijk of en in welke mate prenatale blootstelling aan maternale diabetes het risico bij nakomelingen verhoogt op CVD.

De onderzoekers verrichtten een cohortstudie onder alle levendgeborenen in Denemarken van 1977-2016(n=2.475.209). Ze werden gevolgd vanaf geboorte tot de eerste diagnose van een CVD, of overlijden aan (alleen) CVD, of 31-12-2016. Levendgeborenen met aangeboren hartaandoening(en) werden uitgesloten.

Nageslacht van moeders met diabetes antepartum werd beschouwd als prenataal blootgesteld aan maternale diabetes. Maternale diabetes werd gecategoriseerd als zwangerschapsdiabetes of pregestationele diabetes type 1 of 2 vóór de zwangerschap. Bij pregestationele diabetische complicaties zijn moeders hierop in twee groepen verdeeld wegens de ernst daarvan: moeders met één complicatie en met meerdere complicaties.

De primaire uitkomstmaat is vroeg gemanifesteerde CVD (tot 40 jaar). Om te beoordelen of maternale geschiedenis van CVD of maternale diabetische complicaties invloed hebben, is Cox- regressie toegepast. Er is o.a. gecorrigeerd voor leeftijd, sekse, maternale factoren (als BMI, leeftijd, roken, CVD voor partus) en vaderlijke CVD voor partus.

Van de 2.432.000 geïncludeerde levendgeborenen zijn 54.864 (2,3%) blootgesteld aan maternale pregestationele diabetes (type 1: 0,9%, type 2: 0,3%) of zwangerschapsdiabetes (1,1%). 1153 nakomelingen van moeders met diabetes en 91.311 nakomelingen van moeders zonder diabetes zijn gediagnosticeerd met CVD. Blootgestelde nakomelingen vertonen 29% meer vroeg gemanifesteerde CVD dan niet-blootgestelde nakomelingen (HR:1.29; CI:1.21-1.37).

Zowel pregestationele diabetes (1.34; 1.25-1.43) als gestationele diabetes (1.19; 1.07-1.32) worden geassocieerd met toename van CVD bij nakomelingen. In het bijzonder toename van vroege manifestatie van hartfalen (1.45; 0.89-2.35), hypertensie (1.78; 1.50-2.11), diepe veneuze trombose (1.82; 1.38-2.41) en longembolie (1.91; 1.31-2.80) is zichtbaar. De toegenomen manifestatie van CVD komt sterker tot uitdrukking bij nakomelingen van moeders met diabetische complicaties (1.60; 1.25-2.05).

De onderzoekers concluderen dat bij kinderen van moeders met diabetes, vooral die met een geschiedenis van CVD of met diabetische complicaties, vaker vroege manifestatie van CVD optreedt. Zij benadrukken het belang van effectieve screening op en het voorkomen van diabetes bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd als causaal verband is aangetoond.

Type

BMJ 2019;367:l6398
Log in / Registreer Een reactie plaatsen is mogelijk zodra u ingelogd bent.